Intervaltraining 16 januari

Deze keer staan climaxintervallen op het programma.

  1. 800-400R-600-200R (800 en 600 aan 800m-tempo)
  2. 3 heuvelversnellingen (geen 4)
  3. 800-400R-600-200R-400-400R (800 en 600 aan 800m-tempo en de 400 een tikje sneller (1 à 2″))
  4. 3 heuvelversnellingen (geen 4)
  5. 800-400R-600-200R-400

Wie wil mag op het einde nummer 5 nog eens herhalen (zonder heuvelversnellingen, maar wel na 400R). Eventueel een verkorte versie: 600-200R-400

Advertenties

Mijn eerste veldloop

Zoals de twee vorige jaren (zie hier en hier) heb ik een kort verhaal geschreven voor de Leesloop, die werd georganiseerd door Stefan Boonen en Ludo Teeuwen. Dit jaar gaat het over veldlopen, meer bepaald over mijn eerste veldloop. Maar we beginnen met een kort historisch relaas.

 

Toen ik in 2004 bij DCLA was aangespoeld, nadat ik voor het eerst “serieus” was beginnen met lopen, vatte ik het plan op om eens te gaan veldlopen. Veldlopen had ik tot dan enkel gezien in de twintig seconden die er hooguit op televisie aan worden gewijd, maar mijn nieuwsgierigheid was gewekt.

Dus ging ik wat opzoekwerk doen over veldlopen. Ik research altijd mijn nieuwe wedstrijden, toegegeven, misschien zelfs een beetje te veel.

Wist u dat veldlopen ooit een Olympische discipline is geweest? Niet tijdens de winterspelen, vreemd genoeg, maar tijdens de zomerspelen. Onder meer de zomerspelen van 1924 in Parijs. Doet dat geen belletje rinkelen? Chariots of Fire. Die Britse sprinters in hun schattige witte pakjes die langs het strand liepen op muziek van Vangelis (dat was blijkbaar heel populaire muziek in de jaren twintig). Dat waren nog eens echte atleten die op de sintelpiste zelfs nog hun eigen startplek met een schopje moesten uitgraven. Die Olympische Spelen dus. Op die Olympische spelen werd ook een veldloop georganiseerd. En, dat moet ik nu toch even kwijt, ze hadden beter een film gemaakt over die veldloop.

De veldloop werd gewonnen door de befaamde Fin Paavo Nurmi, die ook op de 1.500 en de 5.000 meter goud pakte. De tweede was ook een Fin, Ville Ritola, die dan weer de 3.000 meter steeple en de 10.000 meter won. Vreemd genoeg waren de wedstrijdomstandigheden op 12 juli 1924 alles behalve Fins. Er heerste op die dag in Frankrijk een hittegolf met temperaturen tussen dertig en veertig graden. Volgens het officiële wedstrijdverslag was het zelfs 45 graden in de zon. Er moesten een goede 10 km worden gelopen door heuvelend grasveld, met de finish op een atletiekpiste.

17 geselecteerden begonnen er niet eens aan, waaronder de voltallige Belgische delegatie. Verstandige jongens, die Belgen, want van de 38 effectieve deelnemers liepen er slechts 15 de wedstrijd uit. Acht van die vijftien werden na de aankomst op brancards afgevoerd. Eén atleet viel in zwijm vijftig meter voor de finish. De atleet die na hem kwam aangelopen stopte daar en verliet daar de piste, denkend dat hij over de finish was gelopen, en pas nadat het publiek hem toeriep dat de finish verder lag, liep hij door. Nog een andere atleet – en ik verzin dit niet – was bij zijn eindrondje in het stadium zo bevangen door de hitte dat hij in kleine rondjes begon te lopen, tot hij weer even bij zinnen geraakte, zijn parcours hervatte en met volle snelheid in de tribune knalde, waar hij het bewustzijn verloor. Ernstiger nog waren de geruchten over twee deelnemers die overleden zouden zijn tijdens de wedstrijd, maar nadat hulpverleners het parcours afkamden en de onderweg in zwijm gevallen deelnemers uit het grasveld visten, bleek er uiteindelijk toch geen dode te betreuren. Maar de toeschouwers reageerden erg geshockeerd en de gebeurtenissen bleken voor het IOC ernstig genoeg om veldlopen tot op heden te schrappen uit de Olympische spelen.

Dus vroeg ik me af: is dat wel zo gezond, veldlopen?

Maar mijn meer ervaren loopmakkers zeiden dat ik me echt geen zorgen hoefde te maken. In de eerste plaats vallen veldlopen in de winter en niet in hartje zomer. Ze zeiden dat je daar een snellere loper van wordt. Ze zeiden dat het tof is, zo in de natuur lopen. Ze zeiden dat het de meest pure vorm is van lopen. Dus dacht ik: OK, lopen in de natuur en daar nog sneller van worden ook, dat moet ik toch eens proberen.

Ik informeerde me over het materiaal. Je moest spikes hebben. Zo van die mooie lekker lichte soepele schoenen die er zo snel uitzien dat je er enthousiast van wordt. Met schroefgaten onderaan waar je van die heavy metal pinnen in kan draaien van wel 12 millimeter, om goed grip te hebben op technische gedeelten. Technische gedeelten, hadden ze me gezegd. Later zou ik begrijpen wat dat zijn: diepe plassen, grote modderpartijen, glibberige hellingen. Technische gedeelten zijn het eufemisme van de veldlopen. Trouwens, op die technische gedeelten veranderen je snelle mooie schoenen in modderklompen waar je nadien gemakkelijk een halfuur poetswerk aan hebt. Maar ik loop vooruit op het verhaal.

Toen het startuur voor mijn leeftijdscategorie naderde, wurmden we ons tussen de opening in de nadarhekkens naar de start. Daar waren twee startstrepen op de grond. Ik was in de war. Waarom twee startstrepen? Een om te oefenen misschien? Blijkbaar wel want iedereen ging achter de achterste streep staan. Dan kwam er een fluitsignaal en iedereen liep snel naar de voorste streep om daar dan opnieuw te wachten. Redelijk zinloos als je het mij vraagt. Dan kwam het pistoolschot en weg waren we.

Nu, dit eigenste moment had ik heel goed voorbereid. Ik had gehoord dat je alles moest geven aan de start, omdat je goed vooraan moet zijn aan de eerste bocht, waar het veel smaller werd. Dat leek me heel erg logisch. Dus ik gaf alles. Echt alles. Ik was euforisch. Dit. Is. Lopen. Waaw. En ik was redelijk goed vooraan. Waaw.

Na vijfhonderd meter begon het tot me door te dringen dat ik misschien toch iets te snel was gestart. Mijn hart bonkte als gek, ik had haast geen adem en mijn benen waren aan het protesteren. Dus ik nam wat gas terug. Direct liepen een paar lopers me voorbij. En dan nam ik misschien nog een beetje gas terug. En weer liepen nog een paar lopers me voorbij. En dan nog enkele.

Tegen dat ik een ietwat doenbaar tempo had gevonden, liepen we de wei in. Hier ging het dus gebeuren, het lopen in de natuur. Alleen bleek dat vooral te zijn: koeientaarten en modderplassen vermijden. De hele tijd moest je uitkijken naar een goed spoor over min of meer vaste grond in de drassige wei. Maar het tempo mocht niet zakken. Ik moest blijven geven, ik moest doorlopen, ook al deed het pijn. Het melkzuur brandde in mijn benen; een bankschroef klemde op mijn borstkas terwijl ik juist meer adem nodig had dan ooit.

Daar is een stukje bergaf, dat doet goed, je even laten bollen, maar dan is er weer een venijnige talud naar omhoog die er weer even hard inhakt.

Daar, langs de kant, moedigde een clubmakker me aan. Maar ik schaamde me vooral. Waar is mijn snelheid van de weg? Waar zijn de lange rechte stukken beton en asfalt waarover ik haast moeiteloos en lichtvoetig kan zweven? Hier ben ik een plompe, ploeterende, plenzende plassenloper die zich de pleuris loopt in een plaggenveld.

Je ziet, amper vier kilometer gecrost en ik liep al over van zelfmedelijden. Waarom was ik hier aan begonnen? Ah ja, ze hadden gezegd dat ik er sneller van ging lopen. Zie me hier eens snel lopen, zeg.

Eindelijk, na vijf rondjes door de “natuur” was het einde van mijn lijden in zicht. Het laatste rondje, eindelijk ging ook voor mij de bel.  Terwijl ik mijn laatste kilometer afwerkte, hoorde ik de speaker de winnaars al afroepen. Straks staan ze nog op het podium voor ik ben aangekomen.

Maar dan, in dat laatste rondje, vond ik vrede met mezelf. Ik had mijn plaats gevonden, ik werd niet meer voorbijgestoken en voor en achter me zag ik vooral lotgenoten, net als ik onder de modderspatten, glibberend, chronisch verzuurd, hunkerend naar de verlossing van de aankomst. Die aankomst lag nu maar honderd meter voor ons. Een laatste tempoversnelling naar de aankomstfuik. Er snelde mij nog iemand voorbij in de laatste rechte lijn, maar ik ging niet mee. Grootmoedig gunde ik hem de positiewinst, terwijl ik dacht “stomme uitslover”.

En daar, in de tunnel van nadarhekkens, was de aankomst. Het einde. Nog nooit zo blij geweest met het einde. Mogen stoppen, dat deed zo’n deugd. En een hand geven aan de anderen. Gefeliciteerd om te mogen stoppen met lopen.

Crosskaartje lostrekken en afgeven. En dan, nog steeds wat klam en bezweet en met het zuur nog in de benen, over het gras schrijden, als een strijder die met geheven hoofd het strijdperk verlaat. Ik had mijn eerste cross overleefd. Meer viel er eigenlijk niet over te zeggen.

Ik heb nadien nog wel wat crossen gelopen. Niet veel, maar meer dan genoeg. Ze gingen wel beter, omdat ik een paar dingen had geleerd. En een paar positieve dingen zag ik ook wel. De explosiviteit, het ongedwongene, je clubgenoten aanmoedigen en aangemoedigd worden. Maar voor de rest is veldlopen voor mij als rode kool. Het is echt van hier, een lokaal product, het is gezond, het is voor in de winter, maar het is niet echt mijn ding.

Eindejaarscorrida 30 december 2018

Uiteraard is de Eindejaarscorrida een vast pleisterplek voor heel wat brokkenlopers. De meesten traden aan op de 12K. Het weer was prima: niet te koud, droog en windstil. Het nieuwe parcours bleek achteraf wel wat kort, waardoor zowel de 8K- als de 12K-lopers een kleine kilometer korting kregen.

Maar daar malen we niet om. Dat betekent wel dat de resultaten een te hoge snelheid tonen. Iets minder leuk was dat enkele lopers in de kopgroep van de 12K verkeerd zijn gestuurd, waardoor die maar zo’n 9K op de teller hebben staan. Ik weet niet of dat de ranking heeft beïnvloed.

En daarmee zijn we bij de kopgroep, waar Kevin een splijtende 29’18” heeft neergezet (weliswaar een goede 9K), waarmee hij de tweede plaats kon claimen, sneller (net als op het BK HM) dan Gerd Devos, die een seconde later het podium vervolledigde dat – hoe kon het ook anders – door Dries Basemans werd gedomineerd.

Jelle liep een dijk van een wedstrijd en finishte op de 15e plaats in 38’36”. Stijn, onze stille kracht, behaalde een heel fraaie 40’24” en pakte de 28e plaats.

Arno was naar eigen zeggen te snel van start gegaan en moest dat de rest van de wedstrijd bekopen, maar door diep te gaan zet je natuurlijk mooie tijden neer en dat gebeurde ook met een indrukwekkende 41’48” (51e plaats). Bart liep kort na zijn oefenmarathon wat behoudender en kwam binnen op 42’21” (61e plaats).

Jeroen had gepland om 4’15″/km te lopen en dat lukte ook: 46’58” en de 218e plaats waren zijn deel. Dirk J. en Dirk W. kwamen binnen op 49’07” (321e plaats) en 49’12” (349e plaats), kort nadien gevolgd door Ben, die aanvankelijk heel kort op Jeroen volgde maar door zijn kuitblessure werd gekweld en de tweede helft van de wedstrijd gas moest terugnemen: 49’53” (413e plaats).

Op de 8K trad Tim aan, die met 28’03” de 78e plaats pakte: ook een knap resultaat!

De hele corrida zou natuurlijk nooit mogelijk geweest zijn door de talrijke vrijwilligers onder leiding van Marc Beullens, waaronder Bart C., Simon en Sabine, Tiebe, en ook heel wat mensen uit de groep van Miel (en Miel zelf) en uit de joggersgroepen. Heel erg bedankt allemaal, jullie hebben er een mooi loopfeest van gemaakt, mét kilometerkorting 😉

Aan alle brokkenlopers, geliefden, aanverwanten, bevrienden, een mooi jaareinde gewenst. Morgen volgt nog een verhaaltje om de blog dit jaar helemaal af te sluiten.

 

Intervaltraining 26 december

Voor één keer kan ik volstaan met het hernemen (in een lichtjes aangepaste versie) van een bericht van 2012, toen de intervaltraining ook op tweede kerstdag viel.

Een echte brokkenloper is natuurlijk al tijdens de kerstfeestdis aan het vooruitdenken naar de intervaltraining. Terwijl de gevulde kalkoen, de witte pensen of de scampi’s nog even rondgaan voor een tweede portie zitten wij al met rappe achthonderdjes in gedachten. Als de aardappelgratin, de sint-jacobsvruchten of de gerookte eendenborst een derde keer op ons bord worden geladen, zijn wij mentaal de heuvel al op aan het koersen. En tegen dat met de ijsstronk, de tiramisu of de crème brulée de allerlaatste gaatjes in onze overvolle maag worden gevuld, dromen we al weg naar de afsluitende splijtende snoeiharde tweehonderdjes. Mmmm… Wie tot hier heeft kunnen lezen zonder naar het toilet te spurten, die is klaar voor de intervaltraining van tweede kerstdag. En met de gastronomische (nu ja) overlast van de kerstperiode in gedachten én met de corrida in het vooruitzicht gaan we het deze week wat rustiger doen. Dat ziet er uit als volgt:

  1. 3x(400-200-200-400R)
  2. 4 heuvelversnellingen
  3. 3x(400-200-200-400R)

Tempo-aanduidingen: 400 aan 800m-tempo, 200 “rollen” en 200 1″/100m sneller dan 800m-tempo.

Oh ja, en de piste en de douches zijn gewoon open.