Marathonlopen ongezonder dan niets doen?

De marathondoden in Detroit (3) en Amsterdam (1, de broer van Jan Leyers) hebben weer de nodige mediahype veroorzaakt over hoe ongezond marathonlopen toch wel is en hoe je een vergevorderde randdebiel moet zijn om je aan zo’n exploten te wagen. In een artikel in De Morgen (sorry, vond geen onlineversie) waarschuwen cardiologen voor ongebreidelde loopinspanningen. En natuurlijk vonden verschillende welmenende medemensen het nodig om dat onder mijn aandacht te brengen. “Zie je wel, dat al dat gedraaf eigenlijk toch niet gezond kan zijn” was meestal de al dan niet uitdrukkelijk geformuleerde boodschap.

Als lopers zijn we natuurlijk collectief verontwaardigd over het afbranden van onze sport als gevaarlijker voor de gezondheid dan gewoon simpelweg niets doen (brrr… de gedachte alleen al). Uit dit toch wel vrij goed onderbouwd artikel (Engelstalig) blijkt het tegendeel. En het is niet het enige. Verscheidene studies hebben al uitgewezen dat het lopen van een wedstrijd op zich een hoger risico inhoudt voor hartfalen dan niets doen (maar ja, dat is ook zo voor seks en voor stressen op het werk; mogen we dat dan ook al niet meer 😉 ). Maar uiteindelijk blijken duursporters in verhouding minder cardiologische problemen te kennen dan minder actieve medemensen.

Slotsom: je kan niet ontkennen dat een loopwedstrijd een verhoogd risico inhoudt op hartproblemen (al moet ik zeggen: het is sterven in stijl). Maar dank zij al dat gedraaf hebben we wel over ons hele leven bekeken een hogere levensverwachting dan de doordeweekse couch potato. Nah.

Advertenties

Intervaltraining 28 oktober 2009

Woensdag gaan we ons aan het volgende wagen:

  1. 4x(600-200R) (aan 800m-tempo)
  2. 4 x de heuvel op, gevolgd door 400m joggen
  3. 6x(300-100R) (1″ sneller dan 800m-tempo)

Fluovestjes niet vergeten !!!

Hagelandmarathon 25-10-2009

Ik steek niet onder stoelen of banken dat ik liever een marathon loop dan een cross. Toen ik in het begin van de week de aankondiging zag van een recreatieve “marathon” in het Hageland (eigenlijk rond Aarschot), georganiseerd door de Knoet in Aarschot, aarzelde ik niet lang en schreef me in. Er is geen officiële tijdregistratie (er staat wel een klok aan de aankomst) en er wordt geen rangschikking gemaakt. Deze wedstrijd/training is eigenlijk vooral bedoeld voor diegenen die nog geen marathon hebben gelopen en die in een niet-competitieve sfeer eens een poging willen wagen.

Prijs/kwaliteitsverhouding is heel goed. Voor tien euro krijg je ongeveer elke 5 km uitstekende bevoorrading. De bewegwijzering met gele pijlen is zeer duidelijk. Dat is ook wel nodig als je alleen loopt. Het parcours (opgenomen met mijn garmin) loopt eerst vanuit Aarschot (aan de Knoet) in oostelijke richting naar Langdorp en verder door een rustige en bosrijke omgeving met hier en daar flinke hellingen (Wijnberg en Bosberg). Na twee lussen heb je ongeveer de halve marathonafstand wanneer  je terug langs de Knoet loopt. Daar kan je ook uitstappen als je zou willen. Dan gaat het in westelijke richting, eerst door een bosrijk en weer vrij hellend parcours (Meetshoven) en dan langs de Demer en het Vorsdonkbos terug naar Aarschot.

De wind speelde hier en daar wel wat tegen en de hellingen waren ook niet bevorderlijk voor een flink tempo. Ik liep in het begin met twee andere lopers, waarvan er één vrij snel in het begin de kop nam en tot ruim halverwege een eind voorop bleef lopen. Maar dan was het vet van de soep en nog voor het 30K-punt bracht een lichte versnelling me vooraan. Ik heb dan aan een strak tempo uitgelopen, al voelde ik op het einde toch wel de tol van de hellingen in het begin van het parcours. Ik kwam als eerste binnen op 2u58’31”, maar de afstand was wel maar 41,3 km en geen 42,195 km. Het reliëf, de vele onverharde paden en de tegenwind compenseren echter ruimschoots dat afstandstekort…

Ideaal om het marathonseizoen af te sluiten. Misschien hebben enkele brokkenlopers wel zin om volgend jaar mee te gaan?

Hier is het parcours.

2009-10-25 Hagelandmarathon d

Intervaltraining 21 oktober

Zondag staan voor enkele dapperen onder ons de crosscup relays in Gent op het programma. De afstanden zijn 1.000-1.500-3.000m. Laat ons eens rond dat thema een intervaltraining opbouwen. We beginnen wel omgekeerd, met een lange afstand, en werken naar de korte. Een kleine pauze van 200m tussen elk stukje.

Dat ziet er dan uit als volgt: 4x(800-200R-400-200R-200-400R). De 800m doen we 1″/100m trager dan het gebruikelijke 800m-tempo. 400m gaat aan 800m-tempo. 200m gaat 2″/100m sneller dan 800m-tempo. Op het einde van elk setje 400m rust.

Tot woensdag!

Aflossingsuurloop Gaston Roelants

Voor de jaarlijkse aflossingsuurloop Gaston Roelants hadden we twee doelstellingen: meer dan 20km lopen en een taart winnen. Uiteraard primeert het tweede 😉 , maar met 20.340 m op een uur en een vierde plaats mogen we erg tevreden zijn. In volgorde van lopen hebben Bart C., Harbans, Luc, Jean-Paul, Jeroen, Johan V., Ben en Sven hun beste beentje voorgezet om het vooropgestelde tempo van 18″/100m ofte 1’12″/400m te halen. En dat lukte met een ruime voorsprong. Luc mocht in een laatste splijtende ronde het mooie werk afronden. Ook dank aan Pierre, die wegens ziekte niet mee kon lopen maar ons toch kwam aanmoedigen. En dan is er nog de onverdroten huisvlijt van Harbans, die ons de keuze liet uit maar liefst drie originele estafettestokken.

Een mooie prelude voor het crosswerk dat volgend weekend al van start gaat met de Crosscup relays in Gent, maar daarover later meer nieuws…

Natuurlijk zijn we allemaal nog meer onder de indruk gekomen van de wereldprestatie van Gaston Roelants op 20 september 1972 (met afstand dé hoogdag van DCLA wegens vijf wereldrecords voor de club door Puttemans, Polleunis en Roelants). Gaston Roelants liep in zijn eentje 20.784 m, dat is dus nog een eind verder dan wat wij afwisselend met acht hebben gedaan. Hij zou ons nog net hebben gedubbeld, verdorie!

Dit was de allereerste keer…

Ben S. bezorgde het verslag van zijn marathon in Eindhoven van 11 oktober:

Eindelijk was het langverwachte moment aangebroken : ik kon de vruchten plukken van 3 maanden fysieke en nog wat maanden meer mentale voorbereiding op de marathon. Of het een sappige zoete , dan wel een taaie zure vrucht zou worden zou later op de dag blijken.

Aan de voorbereiding zou het zeker niet liggen : Pierre had immers alles tot in de puntjes voorbereid, met plaatsingsschema voor de bereidwillige assistentes langs de omloop (mijn vrouw Anny, Pierre’s vrouw Carine en dochter Sophie, en Corinne Debaets & Michel) – waarvoor oprechte dank overigens – om drankjes en aanmoedigingen uit te rijken. Tijdens de wedstrijd werd er overigens heel wat op-en-af ge-SMSt (of hoe spel je dat?) mbt onze respektieve posities en toestand.

Aan het weer zou het ook niet liggen : Frank Deboosere had immers fris (max 15°), bewolkt weer voorspeld met kans op een licht buitje (“Normaal voor de tijd van het jaar” dixit Frank). Ideaal marathonweer dus.

Op naar de start dan. Na enkele korte sanitaire pauzes (tsja, de zenuwen…) gingen Pierre en ik ons vervoegen bij de andere 1390 deelnemers die stonden aan te schuiven. De laatste grapjes werden gemaakt en de laatste materiaalcheck werd gedaan. Er stond een kille herfstwind, zodat we er eerst stonden met een t-shirt onder ons singlet, maar na wat overleg hebben we die vlug uitgedaan –waar we achteraf zeker geen spijt van hadden.

Na het bevrijdende startschot werd ik meegezogen door de fantastische ambiance, door de andere lopers en door de adrenaline in mijn body. Het geeft gewoonweg een euforisch gevoel : je loopt kilometer na kilometer op “reserve” waarbij je luid wordt aangemoedigd door de massa toeschouwers en de muziekbands om de 2-3 kilometer. Er werd ook regelmatig geroepen “allee, zet’m op Ben” , “Je kan het Ben”, “Goed zo Ben” enzovoort. Eerst keek ik rond mij om te zien of er een plaatselijke bekendheid (een Bekende Eindhovenaar) meeliep die Ben heet, maar toen viel mijn euro dat de voornaam op het borstnummer staat en ze dat gewoon aflezen, maar toch knap van de mensen dat ze zo enthousiast aanmoedigen, zeker als je wat feedback geeft.

Ik was het niet gewoon van 20km “met de handrem op” te lopen, dus was het even aanpassen en constant mijzelf dwingen mij niet te laten gaan – ik zou dat achteraf toch bekopen. Zeker als je over de grote markt loopt, tussen een hele horde enthousiaste mensen is het moeilijk je in te tomen. De eerste 25 km vliegen dus letterlijk voorbij….

…maar dan komt stilaan de kentering : ik had heel wat boeken en artikels over marathons gelezen en vele goedbedoelde raadgevingen van ervaren marathonlopers gehoord : je moet veel drinken luidt het, vanaf het begin, en ook voldoende energiedrank opnemen. Heb ik dus gedaan, elke drankpost een beker water en de voorziene hoeveelheid sportdrank, met het gevolg dat ik tegen km 25 serieus misselijk werd. Ik kreeg geen slok water meer binnen en beperkte mij dus tot een natte spons over mijn hoofd. Bovendien begon het tempo te dalen, tot dan toe trachtte ik steeds onder de 4’30 per km te blijven, maar mijn benen begonnen zwaar aan te voelen en ik kon het tempo niet meer omhoog brengen. Dat werd steeds erger, tot ik tegen de 5’ of zelfs iets trager liep. Langzaamaan werd ik door meer lopers ingehaald dan ik er voorbijstak, al was er af en toe ook een afvaller of iemand die zijn krampen stond weg te masseren. Ook de “bus” van de 3u15 kwam voorbij. Ik heb even aangeklampt, maar kon uiteindelijk toch niet meer volgen.

Tot overmaat van ramp – rond km 35 – vielen er enkele druppels uit de hemel: het verwachte lichte buitje was er. Fijn, een beetje afkoeling dacht ik. Maar die enkele druppels werden er vele en het lichte buitje werd een ware plenspartij. Nu weet ik waarom Pierre zo hard liep: hij was net binnen toen de regen begon! Maar opgeven staat uiteraard niet in onze vocabulaire, dus liep ik kliedernat voort. Het bleek uiteindelijk toch maar een tijdelijke bui te zijn, maar na het stoppen van de regen waren mijn schoenen zompnat, wat het lopen – en de moreel ook al niet ten goede kwam. Ook de tweede passage langs de grote markt viel wat tegen : het volk was immers gaan schuilen voor de regen zodat er van de ambiance niet veel meer overbleef. De doortocht door de “kroegenstraat” was ook al geen echte meevaller : de doordringende geur die aan donkerbruine kroegen deed denken (een mix van bier en sigaretten) kon je ook best missen op dat moment. Maar ik besefte dat het hooguit nog anderhalve kilometer was : dit was het eerste moment dat ik zeker was dat ik het ging halen : dus toch weer een lichte euforie. Na enkele bochten zag ik dan de bevrijdende boog : DE FINISH! Nog even de loophouding trachten te verbeteren omdat ik wist dat er een camera staat en dan de chrono uitgeput maar voldaan afdrukken.

Bij de aankomst stonden er nog enkele rodekruismedewerkers die in je ogen keken om naar je toestand te peilen en klaar stonden om je op te vangen als je omvalt…was gelukkig niet nodig.

Fier als een pauw ontving ik de oversized medaille en hing ze onmiddellijk rond mijn nek. Daarna uiteraard nog even nakaarten met Pierre en gezin en Karine en Marc die ook afgekomen waren en fotos genomen hebben – thanks Karine & Marc!

Laatste indruk van de “allereerste keer” : het was een vrucht, als je erin begint te bijten zeer zoet en sappig, met binnenin een bittere en harde kern. Maar de smaak komt pas goed tot zijn recht als je ze volledig hebt opgegeten. Fantastische ervaring dus, maar ik moet toegeven dat ik de laatste 10km onderschat heb…ervaring rijker voor de volgende keer?

Ben (die vergat te vermelden dat hij een prachtige 3u22′ liep in zijn marathondebuut)

PA110016

PA110017