Intervaltraining 2 juni

Deze keer trainen we terug op de piste. We beginnen met een aantal achthonderdjes en daarna gaan we nog wat op weerstand trainen. Concreet gaat dat als volgt:

  1. 4x(800-400R)
  2. 3x de heuvel op, van rustig naar snel
  3. 6x(600-200R)

Tot woensdag!

Advertenties

Zomerwedstrijden

Op 27 juni is er een mastermeeting op de piste van DCLA waar we met de brokkenlopers zo massaal als mogelijk aan deelnemen. Ik vermoed dat de meesten mee willen doen aan de 3.000m om 17u (kan ook wat later vallen), maar je kan ook opteren voor kortere afstanden. Hier is het tijdschema. Allen daarheen!

Op 2 juli is er de 2° Kiezegemse stratenloop. Benoît behartigt de organisatie van deze wedstrijd. Om 19.30u begint de 6 en 12 km-wedstrijd in Meensel-Kiezegem. Meer info hier.

Op 11 juli is er de 10 mijl van Glabbeek, een traditioneel vrij warme en heuvelachtige wedstrijd. Een wedstrijd voor karakterkoppen (en zijn wij dat niet?). Om 17.30u aan de gemeenteschool aan de Driesstraat 26 in Glabbeek. Meer info hier.

Het gaat hier telkens om DCLA-organisaties, dus ik hoop op een mooie brokkenlopersdelegatie!

There we go again…

Na de marathon van Antwerpen en de Maasmarathon is de kilometergoesting blijkbaar alleen maar toegenomen, dus heb ik beslist nog eens mee te doen aan de Nacht van West-Vlaanderen (Torhout) ofte het BK 100K. Die wedstrijd start op vrijdag 18 juni om 20u; ik hoop vóór 5 uur zaterdagmorgen aan te komen (dus < 9u). Dat is misschien niet zo ambitieus, omdat ik er vorig jaar 8u45′ heb gelopen, maar toen heb ik me op die wedstrijd specifiek voorbereid vanaf januari. Nu is de voorbereiding vorig weekend begonnen. Het idee is om alles op te bouwen rond back-to-back-trainingen op vrijdag en zaterdag: vrijdag een flink eind lopen en zaterdag nog wat meer. Dat gaat dan als volgt:

week 19 vr: 20K – za: 30K – check 😉
week 20 vr: 13K + 17K – za: 40K
week 21 vr: 13K + 20K – za: rust – zo: 20K Brussel
week 22 vr: 13K + 20K – za: 50K
week 23 vr: 13K + 17K – za: 30K
week 24 vr: 100K

Ik ben benieuwd voor mezelf of het met deze mini-voorbereiding gaat lukken, maar dat is nu eenmaal de uitdaging… Weekomvang is niet zo enorm belangrijk, die zal sowieso ergens tussen 90 en 120K schommelen met die goed gevulde vrijdagen en zaterdagen.

You don’t have to be crazy to run an ultramarathon; you just have to be ready.

Intervaltraining 19 mei

Woensdag gaan we kortere en meer “technische” intervallen doen op de piste in de vorm van een climaxtraining. Na een rondje inlopen in het provinciaal domein gaan we op de piste het volgende doen:

4x(600-200R-300-100R-200-200R)

600 gaat aan 800m-tempo, 300 één seconde/100m sneller, 200 één à twee seconden sneller (bv. 21-20-18). Maar opgepast: de recuperatie aan het einde is maar 200 meter vooraleer we het setje opnieuw beginnen, dus in het begin niet teveel kruit verschieten.

Als we op het einde nog wat tijd over hebben, gaan we nog enkele keren de heuvel op met lekker verzuurde benen. En anders is dat voor een volgende keer.

Tot woensdag!

Maasmarathon 9 mei 2010

Ik heb dit verslag gecompileerd aan de hand van mijn eigen impressies van de Maasmarathon en van het relaas van de andere brokkenlopers. De foto’s zijn van Kristien.

De Maasmarathon was de collectieve doelstelling van een aantal brokkenlopers (Harbans, Jean-Paul, Jeroen, Johan V. en Sven). Oorspronkelijk gingen ook Luc en Pierre meelopen, maar zij moesten allebei zeer tegen hun zin afhaken, omdat hun lichaam er anders over had beslist. In het geval van Luc was dat een zware knieoperatie, die hem niet heeft gehinderd (of toch niet in die mate dat hij er tegenover ons iets van liet blijken) om ons samen met Gina heen en weer fietsend tussen de brokkenlopersgelederen aan te moedigen. Luc en Gina, heel erg bedankt!

Uit de trainingen was gebleken dat Harbans de beste papieren kon voorleggen en wilde starten op een schema van 2u50’ (4’/km), een aanval op zijn PR van 2u52’. Johan V. en Jeroen zouden volgen op een schema van 2u55’ (4,05’/km). Jean-Paul mikte voor zijn marathondebuut op 3u10’, maar hoopte heimelijk op een snellere tijd. Sven had 3u20’ aangeduid. Tom B. kwam ons op het laatste moment op basis van amper twee fikse duurlopen nog vervoegen als gastbrokkenloper en nog niet zonder succes, zoals later zou blijken.

Blijkbaar vond de gps van Jeroen het lopen van een marathon in Visé een erg slecht idee, want hij raakte compleet de kluts kwijt, meende dat we door velden en tuinen aan het ploegen waren en maande ons regelmatig aan om rechtsomkeer te maken. Dat waren we dus niet van plan. Gps uit en verder naar Visé. We bereikten vlot onze bestemming. Het weer was ideaal voor marathonlopers: lekker fris in de morgen (een tikkeltje té), amper wind, droog en ietwat betrokken.

De organisatie van de Maasmarathon is vlot en efficiënt: we kunnen snel onze nummers afhalen en blijven nog wat binnen zitten waar het warmer is dan buiten. Er wordt nog wat gezellig bijgepraat met een aantal bekenden tot we twintig minuten voor de start beslissen ons toch in onze singletjes in de frisse buitenlucht te wagen, op weg naar de start. Na wat nerveus gekleum aan de kant en wat inlopen konden we ons plaatsje zoeken tussen de andere lotgenoten aan de start. De nervositeit bij sommigen onder ons was heel goed merkbaar. Maanden gedisciplineerd trainen moeten nu geïncasseerd worden, maar gaat het lukken? Wat een marathon zo boeiend maakt is dat je elke keer aan de start staat met een gevoel van nederigheid voor de afstand en met onzekerheid over de afloop.

Om 9u vertrokken we na het startschot en op de snerpende tonen van een doedelzak voor een inleidend rondje door Visé, dat traditioneel te snel gaat wegens te veel geliefd volk langs de straat. Dan de eerste brug over de Maas en linksaf voor een saai inleidend lusje zuidwaarts.

Tom liep als eerste aan een snel tempo, daarop volgde Harbans. Na een tijd vond Harbans een klein groepje met een – zo leek het toch – geschikt tempo.

Het pacersgroepje voor 2u59’ ging zo snel van start dat het voor Jeroen en Johan zinloos was om ervoor te gaan lopen. Jeroen nestelde zich gezellig tussen de groep en babbelde nog wat bij met een kennis. Johan was wat onder de indruk van zijn vrij hoge beginhartslag en besliste voorlopig rustig achter het groepje te blijven. Na een tijdje viel alles vanzelf in de plooi. Het groepje liep aan het goede tempo, Johan remonteerde Jeroen en toen ze zagen dat het tempo onder 4’05” zakte vertrokken ze met een rustige versnelling voor het groepje uit. De volgende kilometers kwam het er op aan om dat tempo van 4’05” zo goed mogelijk aan te houden en dat lukte vrij goed.

Ook verderop liep alles op rolletjes: Jean-Paul was erg nerveus aan de start, maar eenmaal goed in de wedstrijd liep hij gedisciplineerd op hartslag, tussen de pacersgroep van 3u en 3u15’. Het plan was om tot het halvemarathonpunt zo te lopen en dan op gevoel verder te gaan.

Sven nestelde zich in het pacersgroepje van 3u15’ dat gemoedelijk op het goede tempo doorloopt ondanks enkele pitstops van de pacer. De pacer liep heel constant, een beetje robotachtig. Het meisje in de groep nam die stijl over, met hogere frequentie wegens kleinere beentjes. Het lijkt een rustig zondagsloopje, en zo hoort het ook in het begin van de marathon.

Na een achttal kilometers passeren we Visé aan onze rechterkant om noordwaarts links van de Maas naar Maastricht te lopen.

Tussentijden en positie 10K-punt:

Tom: 38’16” (13)
Harbans: 39’48” (27)
Johan en Jeroen: 40’33” (38-39)
Jean-Paul: 42’52” (77)
Sven: 45’24” (136)

Harbans ontdekte intussen dat het tempo van het groepje van vijf waarin hij meeliep een stukje te hoog lag (3’55”/km). De anderen bleken voor een eindtijd van 2u48’ te gaan, wat voor Harbans wat te veel van het goede was, omdat zijn hamstrings begonnen op te spelen. Het 15K-punt werd in minder dan één uur gerond. Harbans besliste mee op aanraden van Luc om het tempo te laten zakken en het groepje te lossen. Sombere gedachten kwamen naar boven, waaronder het idee om te stoppen. Het inhalen van een achterblijver van het groepje dat hij had moeten lossen was een mentale opsteker en gaf toch moed om voort te ploegen.

Het stuk tussen Visé en Maastricht is het mooiste stuk van de Maasmarathon en je kan dan ook beter wat genieten van het uitzicht dat toch iets majestatischer is dan onze Vaart in Leuven, het decor van veel van onze duurlopen.

Het halvemarathonpunt wordt in de volgende tijden gerond:

Tom: 1u20’39” (13)
Harbans: 1u24’01” (27)
Johan en Jeroen: 1u25’53” (32-33)
Jean-Paul: 1u31’45” (81)
Sven: 1u36’27” (115)

Iedereen loopt nog voor op schema; sommigen nipt en anderen ruim.

Dan begint een lastig bochtig stuk door de parken en straten van Maastricht, met bovendien, zoals altijd relatief weinig betrokkenheid met de marathon. Je voelt je eigenlijk een beetje als een vreemdeling door die stad lopen, ook al is Maastricht op zich best een gezellige stad. Het is ook goed uitkijken, want sommige seingevers waren niet altijd even goed bedacht op aankomende lopers die graag wilden weten of ze nu linksaf, rechtsaf of rechtdoor moesten lopen. Dat probleem bleek nadien ook op enkele plaatsen op de terugweg naar Visé op te duiken. Ik benadruk: sommige seingevers. De klinkers en kasseien van Maastricht maakten de hamstrings van Harbans ook niet vrolijker. Ondanks de vakkundig aangebrachte tape nam de pijn toe.

Over een van de bruggen in Maastricht hollen we naar de overzijde van de Maas en dan rechtsaf, door een mix van fietspaadjes en stukjes park de stad uit.

Harbans liep alleen maar probeerde wel het tempo van 4’00”/km zo goed en zo kwaad mogelijk aan te houden. Luc zag hem lijden en bood aan hem met de auto te komen oppikken als hij zou uitstappen, maar Harbans verklaarde pas te stoppen als hij niet meer kon.
Het duo Johan-Jeroen maalde de kilometers machinaal af. Elke kilometer meldde Jeroen het tempo, zodat er kon worden bijgesteld. 4’00”? iets rustiger. 4’10”? wat sneller. Alles ging nog erg soepel, maar voorzichtigheidshalve schroefden ze het tempo enkele secondjes terug, naar een loopritme dat nog steeds comfortabel aanvoelde.
Jean-Paul liep heel constant en nog steeds met een vrij rustige hartslag. Het gevoel was prima, temeer daar andere lopers begonnen te vertragen. Maar dat creëert natuurlijk een dilemma: als het zo goed loopt, kan je dan straffeloos versnellen? Of ga je dat later cash terugbetalen?
Sven waagt zich na Maastricht samen met een andere loper voor de pacersgroep van 3u15’ en loopt rustig en geleidelijk van het groepje weg. Zijn compagnon moedigt hem aan om op dit elan voort te gaan, ook al vreest Sven net zoals Jean-Paul voor de gevolgen van de tempoversnelling. De bovenbenen beginnen ook te verstijven, maar het tempo blijft nog mooi constant.

Even later begint weer één van de minder leuke stukken over fietspad naast een grote weg. Bovendien begon dan de zon toch wat flink te schijnen, zodat het niet echt meer het leuke frisse marathonweer was. Een stuk om door te benen en snel te vergeten. Intussen kwamen we langs het 30K-punt in de volgende tijden:

Tom: 1u55’31” (12)
Harbans: 2u00’44” (28)
Johan en Jeroen: 2u02’32” (30-31)
Jean-Paul: 2u10’44” (75)
Sven: 2u16’37” (106)

Ter hoogte van Maarland gingen we dan rechtsaf, over een landelijk parcours dichter bij de Maas, maar nog steeds niet erlangs. Vervolgens gaat het door Eijsden, waar het 35K-punt ligt en de vermoeidheid stilaan goed begint in te dringen. Na Eijsden lopen we langs een hoekig landelijk parcours over de grens richting Moelingen in de mooie Voerstreek. Maar het landelijke maakt snel plaats voor de slotfase van de Maasmarathon, namelijk de lange weg naar Visé, die vooral wordt gekenmerkt door subtiele en minder subtiele hellingen, de ene na de andere.

Harbans verbeet de toenemende pijn in zijn hamstrings en beet zich vast in de doelstelling om toch uit te lopen en zijn tijd van de marathon van Antwerpen van twee weken geleden (2u54’) te evenaren. Tot overmaat van ramp raakte hij de spons kwijt die hij tot dusver had gebruikt om de hamstrings wat te verkoelen. Gina kwam naast hem rijden en moedigde hem aan om door te zetten. Er werden ook enkele andere lopers ingehaald, wat Harbans terug moed gaf om de laatste kilometers door te bijten.
Johan voelde zijn benen geleidelijk verstijven, ook al ging het met de ademhaling en de hartslag nog prima. Dat hellingenparcours zal daar zeker voor een stuk tussen zitten.
Voor Jeroen voelde het nog relatief goed, zeker vergeleken met de marathon van Antwerpen, waar hij een teleurstellende 2u58’ had geklokt. Het kwam er nu op aan het tempo niet te laten inzakken en samen te werken met Johan voor een gezamenlijke sterke prestatie. Samen lopen in de eindfase is altijd voordelig: je wilt niet voor elkaar onderdoen.
Ook bij Jean-Paul werd het zwaarder. Hij had als enige van ons nooit verder gelopen dan 35 km (in training), dus het passeren van het 35K-punt aan wedstrijdtempo was voor hem wel een mijlpaal. Wat zou er volgen?
Sven liep tot 35K nog steeds behoedzaam, maar nu de finish in zicht komt durft hij wat meer doorlopen. De benen blijven vrij soepel draaien en ook de laatste kilometers gaan er aan een mooi tempo door.

De meesten onder ons zijn echter niet zo fortuinlijk en de marathonmalaise van de laatste 5 kilometer slaat hard toe. Het wordt echt aftellen: 37, 38, 39, zijn die hellingen bijna gedaan? Neen. 40. Nog niet. Maar daar staan dan gelukkig zoals elk jaar, als een vleesgeworden (!) droom, de cheerleaders van Visé, ook deze keer weer in kokette pakjes te kronkelen en te dansen dat het een lieve lust is. Jammer genoeg zijn de benen zo stram dat even meehuppelen niet echt tot de mogelijkheden behoort. Tom moedigt een van de deernen aan om mee te lopen met hem, maar dat slaat dan weer niet aan aan de andere kant. Toch merkwaardig dat er daar in Visé nog meisjes zijn die er geen graten in zien om drie uur lang met hun kont te staan draaien voor (meestal) hologige puffende bezwete mannen van middelbare tot gevorderde leeftijd. Dat ze hen ook maar een medaille geven, ze hebben het verdiend.

Jean-Paul had nog een bijkomende vrouwelijke attractie, want op het 39K-punt kreeg hij de vierde vrouw in de wedstrijd in het vizier. Die onfortuinlijke dame had het gewaagd om in de Crêtes de Spa voor Jean-Paul te lopen, dus die moest vandaag voor de bijl. Jean-Paul ging erop en erover, resoluut op weg naar de finish.

Even verder, een eind voorbij 41 km zitten we EINDELIJK op het hoogste punt van Visé, of zo voelt het toch aan, en kunnen we een goeie halve kilometer naar beneden denderen, richting aankomst. Daar is de muziek, het volk, de geur van worsten en friet, de opblaasbare boog, oei, nog een opblaasbare boog en daarop staat dan eindelijk het verlossende woord: Arrivée!

Harbans kan in de laatste kilometer toch nog versnellen en sprint naar een erg mooie 2u52’38”, gezien zijn hamstringperikelen.
Johan en Jeroen stormen naar de boog, knallen bijna aan tegen een loper die het zinvol vond om enkele meters voor de chipmat plots te stoppen (had waarschijnlijk net 42,195 op zijn gps zien verschijnen), gaan er dan toch maar voorbij en missen daardoor net de 2u53’59” natuurlijk. Het werd 2u54’01”. Het leven kan wreed zijn. Maar toch zijn ze allebei heel tevreden met die tijd, voor Johan een grote hap uit zijn PR en een soliede sub-3u tijd, voor Jeroen een stap dichter bij de 2u50’ waarmee hij graag terug wil aanknopen in het najaar.
Jean-Paul knalt binnen in 3u04’45” en was er in geslaagd in de laatste 12 kilometer van de 75e naar de 56e plaats te klimmen, indrukwekkend voor een debuutmarathon.
Sven klokt af op 3u10’51” en oogt na de aankomst ook nog heel monter en fris. Echt niet normaal voor zo’n prestatie…

Eindtijden (netto + positie op 631 finishers):

Tom: 2u46’12” (12) (lichtjes boven zijn PR van 2u45’)
Harbans: 2u52’38” (26) (lichte verbetering van PR van 2u52’52”)
Johan en Jeroen: 2u54’01” (29 en 30) (voor Johan ferme verbetering van PR én soliede <3u-tijd)
Jean-Paul: 3u04’45” (56) (schitterende debuuttijd, mooie springplank voor <3u)
Sven: 3u10’51” (80) (ferme verbetering van PR)

Harbans

Johan en Jeroen

Jean-Paul

Tom

Gina en Luc