Shotover Moonlight Mountain Marathon (NZ), hoogtemeters à volonté

Aha! Nu weten we waarom Yves down under zo’n lange duurlopen deed. De smiecht heeft daar gewoon eventjes een marathon gelopen, en wel eentje waar Simon en Harbans jaloers op worden. Lees zijn verslag en duizel.

Nadat het me twee jaar op rij is mislukt om de beste marathontijd van de brokkenlopers neer te zetten, heb ik besloten om het geweer van schouder te veranderen. Dit jaar is mijn ambitie niets minder dan de traagste marathon! Geen betere plek om dat doel te realiseren dan de Zuidelijke Alpen van Nieuw-Zeeland, en meer bepaald de bergen ten noorden van Queenstown, het decor voor de jaarlijkse Shotover Moonlight Mountain Marathon.

Het is nog donker wanneer ik op zaterdag 21 februari om kwart voor zes ’s ochtends met een paar honderd andere lopers het busje naar de startlijn neem. De rit wordt onverwacht het meest spannende evenement van de dag: de chauffeur loodst zijn rammelkar over een onverharde weg langs gapende afgronden de bergen in. Wanneer hij ons een klein uurtje later laat uitstappen bij een hangbrug over een rivier, zijn we maar wat blij dat we te voet mogen terugkeren. In groepjes van tien steken we de oude brug over, en dalen we af naar het strand beneden.

foto1

Om halfnegen klinkt het startsignaal. Over een rotsachtige trail klimmen we naar een smal pad boven de bergrivier. Door de steile afgrond aan de rechterkant is hier meteen opperste concentratie vereist. Ik focus op de voeten van de loper voor me, en probeer niet te veel naar rechts te stappen. Na amper zes kilometer nemen we afscheid van de deelnemers aan de kortere trailrun, en wordt het echt menens: nog geen honderd meter verder staan vrijwilligers klaar om ons op een rotsformatie omhoog te hijsen. Daarna volgt de beklimming van Twin Spurs, met 1050 meter de hoogste top van het parcours. Aan het drankstation boven neem ik de tijd om even van het weidse uitzicht te genieten. Overal rondom me liggen kale bergtoppen, nergens is een spoor van bebouwing te bekennen. Dan stort ik me de helling af, in de richting van een zandweg die de benen even rust gunt.

Lang duurt de ontspanning echter niet. Een paar bochten later bestijgen we de volgende heuvel, om daarna een helling van steengruis naar beneden te razen. Aan de rivier beneden ga ik even zitten om de steentjes uit mijn schoenen te slaan. Ik ben amper van de afdaling bekomen wanneer we een kniediepe rivier moeten doorwaden, om ons daarna langs een ladder naast een waterval omhoog te hijsen. Dit is gekkenwerk, denk ik, maar ik geniet met volle teugen. Na de volgende passage door een bos kijk ik even op mijn horloge. Ik ben langer aan het lopen dan voor mijn volledige marathon in Hamburg vorig jaar. Ik heb negentien kilometer afgelegd. foto2

Een lange vlakke trail, een voorraadstation met eten en drank, een korte rotskam, dan een brede zandweg omlaag. Ik voel me beter dan verwacht, en dat mag ook: de tweede zware klim van het parcours komt eraan. Aanvankelijk is de hellingsgraad nog doenbaar, maar het laatste steile stuk door een rotsachtig weiland is onmenselijk zwaar. “You’ve almost made it up the hill’, roept één van de meisjes van het voorraadstation naar de man achter me, terwijl ik uitgeput mijn flesje water bijvul. Ik kijk haar verontwaardigd aan: “The hill?” Ze verbetert zich snel: “The mountain! The big, bad-ass mountain!”

Daarna gaat het enkel bergaf, letterlijk en figuurlijk. De bergkam is het spectaculairste, maar ook het meest technische gedeelte van de marathon. Ik kan amper snelheid maken op de smalle, diepe trails tussen het gras. Mijn bovenbenen branden, en ook mijn maag begint langzaam tegen de marteling protesteren. Een paar kilometer verder komt er gelukkig een einde aan het klim- en daalwerk. Een zacht glooiende veldweg leidt langs een rivier in de richting van de finish, en doorkruist de stroom een keer of tien. Verrassend genoeg doet het koude water deugd aan mijn benen, en wanneer ik de rivier achter me laat, begin ik de verkoeling zowaar te missen. Na 6 uur en 10 minuten steek ik eindelijk de eindstreep over, voor een 14de plaats op 167 deelnemers. Op de teller staan meer dan 42 kilometers, en 2500 positieve hoogtemeters. Beat that, Brokkenlopers!

OK, Yves, we zijn officieel onder de indruk. Niet in het minst over hoe ze daar 167 marathonlopers in één busje kunnen proppen 😉 Eén zaak staat vast, Yves zal bij zijn terugkomst minzaam glimlachen als wij van een heuveltraining spreken.

Advertenties

Intervaltraining 25 februari

Deze keer gaan we een climaxtraining doen, iets intensiever (sneller) dan vorige keer, maar wel met meer rustpauzen:

3x(800-400R-600-200R-400-400R)

800m en 600m gaan aan het gebruikelijke 800m-tempo en 400m gaat 1″/100m sneller.

De variante voor langeafstandlopers is: 4x(800-400R-600-200R)

In beide gevallen geldt: de 200R rustig recupereren.

Strava heatmaps – waar loopt iedereen eigenlijk?

Sommigen onder jullie zullen het al wel kennen, maar sinds een poos produceert Strava (een vooral bij fietsers wielrenners bekende site voor het bijhouden van je trainingen) zogenaamde heatmaps, waarop de trainingen van zowel fietsers wielrenners als van hardlopers met een Strava-account worden gecombineerd zodat je ziet wat de populaire fiets- en looproutes zijn. Ok, de resultaten zijn misschien wat voorspelbaar maar het is toch leuk om eens te overlopen via deze link.

Het valt op dat de grote trekpleisters zoals provinciaal domein, park heuvelhof, vaart, heverleebos, enz. rood oplichten, maar toch zijn er blijkbaar veel lopers die de kleine wegeltjes en binnenwegjes niet zo goed kennen. De vraag is natuurlijk hoe representatief Strava-lopers zijn voor alle lopers.

Oh, en er is een DCLA-groep op Strava. Twee man en een paardenkop, maar het is een groep 😉

Intervaltraining 18 februari

We gaan langzaam over naar langere intervallen, dus beginnen we deze week voor de eerste keer met wat rustigere duizendjes, om daarna naar het 800m-tempo te schakelen:

  1. 2x(1.000-400R) (tempo: 1″/100m trager dan 800m-tempo)
  2. 2 à 3x(800-400R) (aan gewone 800m-tempo)
  3. 2 à 3x(600-200R) (aan gewone 800m-tempo)

De meesten mogen het laten bij telkens twee intervallen, maar de langeafstandlopers kunnen de langere variante overwegen.

Intervaltraining 11 februari

De intervaltraining van vorige week dinsdag is niet doorgegaan omwille van slipgevaar in de bochten. In de plaats ervan hebben we een duurloop-met-versnellingen gedaan die ook niet van de poes waren. Deze week hebben we terug vaste voet op de piste en gaan we alsnog de training van vorige week uitvoeren. Om op te warmen twee zeshonderdjes, gevolgd door twee iets snellere vierhonderdjes. Dan gaan we aan hetzelfde tempo over naar kortere intervallen maar met minder recuperatie.

  1. 2x(600-200R) (800m-tempo)
  2. 2x(400-200R) (1″ sneller dan 800m-tempo)
  3. 4x(300-100R) (1″ sneller dan 800m-tempo)

Intervaltraining 4 februari

Een niet al te zware intervaltraining deze keer: om op te warmen twee zeshonderdjes, gevolgd door twee iets snellere vierhonderdjes. Dan gaan we aan hetzelfde tempo over naar kortere intervallen maar met minder recuperatie.

  1. 2x(600-200R) (800m-tempo)
  2. 2x(400-200R) (1″ sneller dan 800m-tempo)
  3. 4x(300-100R) (1″ sneller dan 800m-tempo)