20 km door Brussel 29 mei 2016

Ook dit jaar stonden verschillende brokkenlopers aan de start van de 20km door Brussel. Met 40.000 deelnemers is het – net als de Ten Miles – een loopwedstrijd die het slachtoffer is geworden van zijn eigen succes.Dat heeft ook veel te maken met de steeds toenemende participatie van bedrijven, al dan niet voor een goed doel. Goede doelen, daar puilt de wedstrijd van uit, je krijgt haast je geloof in de mensheid terug.

Er is ook jammer genoeg een beetje teveel mensheid op de 20 km. Pakken en pakken lopers en familie en toeschouwers enz…, waardoor het moeilijk is om je startbox tijdig te bereiken. Na het starten is het al dadelijk even terug stoppen en wandelen omdat al die massa lopers niet vlot uit het Jubelpark geraakt. De eerste km bots je wel eens tegen een voet of een elleboog of vloek je inwendig tegen die lopers die per se vooraan moesten gaan staan om aan een amechtig tempo te vertrekken.

We vertrokken met regendreiging, maar eigenlijk bleef het onderweg droog en was het eigenlijk zelfs een beetje zwoel. Maar je hoort ons niet klagen, het was veel gemakkelijker lopen dan de zonovergoten edities met meer dan 20 graden.

De variante op het parcours (in het begin langs de Belliardstraat ipv langs de Wetstraat) viel nog mee, al vraag ik me af of er na ons toch geen files zijn ontstaan aan de rotonde op het Schumanplein bij het afslaan naar de Belliardstraat. De tweede variante dit jaar was dat we langs in plaats van door de eerste tunnel in de Louizalaan liepen. Voor het overige was het een dikke déjà vu. Ik had ook de indruk dat er meer andersvalide deelnemers waren met begeleiders in vergelijking met de vorige editie. Het zorg wel voor meer sfeer en aanmoedigingen onderweg, maar het stremt wel een beetje het vlotte verloop van de wedstrijd. Me dunkt dat de organisatie hier toch wel een maximum zal moeten hanteren.

OK, nu de resultaten. Onze Kevin en onze Bart hebben een geweldig resultaat neergepoot. De rest van de brokkenlopers volgden op eerbiedwaardige afstand, zoals blijkt uit het volgende overzicht:

Kevin 1u12’25” (77e plaats!)
Bart 1u13’01” (90e plaats!)
Davy 1u22’32”
Jeroen 1u25’05”
Dirk 1u29’35”
Ben 1u35’03” (na botsing met schaafwondschade)
Werner 1u46’04” (in joggingmodus)

We noteren ook de mooie tijden van onze raspaardjes Gerd Devos (1u08’50”, 22e plaats), Pascal Kaers (1u09’58”) en Eva Galle (1u16’36” en een knappe derde plaats bij de vrouwen). Voorts ook nog prima resultaten van Tom B (1u17’40”), Peter R (1u22’18”) en Marijke (1u23’40”).

Als ik iemand vergeten ben, trek aan mijn mouw en ik vul aan!

Advertenties

Marathon Leiden 22 mei 2016

Dirk bezorgde een verslag over zijn marathon in Leiden. Ondanks een moeizame voorbereiding een fraaie prestatie. Uit zijn verslag blijkt ook dat elke marathon een heel andere ervaring kan zijn.

Voor mijn voorjaarsmarathon had ik aanvankelijk de Maasmarathon op het oog. Dat bleek evenwel in hetzelfde weekend te vallen als de 1000km van Kom Op Tegen Kanker, en zo werd het Leiden. De conditionele problemen die zich manifesteerden vanaf vorige zomer waren na de winter helaas onvoldoende verdwenen, wat leidde tot verscheidene trage en/of voortijdig afgebroken trainingen. Tijdens de voorbereiding moest ik bovendien de meeste lange duurlopen opgeven wegens te moeilijk verenigbaar met mijn fietstrainingen. Daardoor durfde ik geen tijdsdoelstelling te zetten. Hoewel dit nu ook weer niet mijn traagste deelname (3u32) moest worden…

Ik nam me daarom voor om eindelijk eens een vlakke marathon lopen, zonder de man met de hamer tegen te komen in de tweede helft. De hartslagmeter zou mijn gids zijn. Ik had vooraf schrik van de soms zomerse temperaturen in deze periode, maar met 16° en veel bewolking was dat euvel alvast van de baan. En de laatste regenbui viel vlak voor de start. Een redelijk ideaal loopweertje dus.

Dat van die hartslag mocht ik, net zoals in Amsterdam, na  enkele kilometers vergeten: mijn Garmin signaleerde nu eens een hartslag van 130 en even later een van 220, dan weer 160… hoewel ik hetzelfde tempo liep. Dan maar op het gevoel af: lichte ademhaling, geen grote passen, matige snelheid. Ik kwam uit op ongeveer 4:45, en kon dat vrij goed aanhouden. Ik was blij, want dat was me in meerdere trainingen niet gelukt, en het bood perspectief op een tijd binnen de 3u30.

Op km 11 gingen de halve marathonlopers hun eigen weg, waardoor de lange sliert heel opeens uiteenviel in sterk verspreide groepjes lopers. Pas dan viel me op dat er toch wel wat wind stond. Ik besloot mijn eigen tempo te blijven lopen, en hoogstens kortstondig rust te zoeken achter andere lopers. De kilometers vlogen voorbij. Af en toe kwam de zon wat prikken.

Omstreeks het middaguur bereikte ik het halve marathonpunt. Er begon een zekere broeierigheid te hangen door grotere gaten in het wolkendek, die ik niet goed verdroeg. Ik voelde vermoeidheid, het tempo verzwakte enigszins, af en toe stak een loper me voorbij, het moreel begon te zakken. Bovendien bleek 1 van mijn 4 energiegels verdwenen, wat me ongerust maakte. Ik heb dan systematisch sportdrank genomen aan de bevoorradingen, en dat bleek voldoende.

Km 26 bracht een onverwachte ommekeer: de wolken gingen terug dicht en we gingen nu pal tegen de strakke ZW-wind inlopen (3 à 4 beaufort was er voorspeld). Dit bracht me de nodige verfrissing, ik voelde mijn krachten plotsklaps terugkomen. In het open polderlandschap was dit gevecht tegen de wind niet niks, maar ik voelde me sterk. Ik wist toen niet dat ik dat bijna de volledige volgende 16km ging moeten volhouden, ik dacht dat dit stuk korter was, en ik was nagenoeg de ganse tijd alleen… Ik liep evenwel langzaam maar zeker in op de lopers voor mij, en stak ze telkens nagenoeg meteen voorbij. Ik kwam mensen tegen die me lang daarvoor zelf hadden achtergelaten, en dat sterkte uiteraard mijn zelfvertrouwen.

Op km 32 voerde ik eindelijk een oud plan uit, dat ik in vorige marathons nooit aankon: aanvallen en versnellen! ’t Is te zeggen relatief versnellen t.o.v. de andere lopers, want met die wind was een echte tempoverhoging niet mogelijk. Ik zag dat meer en meer lopers in de problemen kwamen, maar kon zelf doorzetten. Tegen km 39 begon ook mijn vat af te gaan. Al die onooglijk kleine brugjes over kanaaltjes en riviertjes leken nu wel bergen.

Op km 40 geraakte ik desondanks eindelijk bij 2 lopers die ik al lang voor me uit zag lopen en mekaar beurtelings uit de wind hadden gezet. Op km 41 liet ik ze in een laatste krachtopwelling achter, en perste er de laatste 500m nog zoiets dat een lange spurt moest voorstellen uit. Ik vond nog net voor de finish mijn meegereisde gezin in het publiek terug.

Ik was kapot na de meet. Maar zeer voldaan! Ik had hem uitgelopen, het gevecht tegen de natuurelementen en mezelf overleefd, in een mooi en uitgestrekt landschap, met onwaarschijnlijk veel aanmoedigende toeschouwers onderweg.

88ste op een goeie 700 lopers, in 3:25:15, zo’n 3 kwartier na de (Nederlandse) winnaar. De stilletjes verhoopte negatieve split zat er niet in, maar dat bleek voor zover ik kon nagaan ook de andere deelnemers niet gegund. Er waren nog geen 20 lopers onder de 3u gebleven.

En zowaar voor de allereerste keer geen blaren of blauwe teennagels! Op naar nummer 10 dit najaar …

Intervaltraining 25 mei

Deze keer maken we het niet te zwaar (al bepaalt iedereen dat natuurlijk voor zichzelf). In het provinciaal domein gaan we intervallen lopen van telkens twee grote vijverrondes (de kleine vijverronde werkte niet zo goed de vorige keer). Maar wel ingedeeld, namelijk als volgt:

3 à 4 x (700-100R-560-100R-500-760R)

De onderlijnde stukken gaan een tikkeltje (0,5″/100m) sneller dan het 800m-tempo; de 100m recup gaat aan start-to-runtempo 😉

Geheugensteuntje: dat betekent dat de recup ligt tussen 700 en 800, van het brugje (0) tot 100 en dan van 600 tot het brugje. En daartussen vooral niet nadenken 😉

Intervaltraining 18 mei

Ook deze keer mogen jullie kiezen. Ofwel worden het ingedeelde lange intervallen, ofwel fluitjesintervallen. In beide gevallen focussen we op tempogevoel.

De ingedeelde lange intervallen gaan als volgt:

4 à 5 x (500-100-400-100-260-600R)
Het idee is dat je de 500 en 400 een tikkeltje sneller loopt dan 800m-tempo (bv. 1″/100m sneller) en de 260 zelfs nog wat sneller. De twee 100 gaan dan weer een klein beetje trager, net genoeg om je adem terug te vinden voor het volgende stuk. Laat ons zeggen 2″/100m trager dan 800m-tempo, niet meer. De 600 (rond de kleine vijver) gaat uiteraard aan jogtempo.

De fluitjesintervallen gaan als volgt:

We starten aan het brugje en lopen in één richting langs de grote vijver gedurende exact 2 minuten. Bij het fluitsignaal blijven we 30 seconden ter plaatse staan (even recupereren) en bij het fluitsignaal lopen we in de omgekeerde richting terug gedurende exact 2 minuten om precies terug aan het brugje aan te komen. Daarna lopen we een rondje om de kleine vijver om te recupereren.

Dat doen we vijf keer.

Dat is op zich al niet zo evident. Het moeilijke is dat je moet proberen om elke keer iets verder te geraken in de eerste twee minuten (pakweg 3 à 5 meter). Dat veronderstelt dat je de eerste keer rustig begint en zeer geleidelijk opbouwt. Laat me dat laatste even herhalen: “rustig begint en zeer geleidelijk opbouwt“.

Intervaltraining 11 mei

Deze keer kunnen jullie kiezen uit 5 à 6 x (1.000-360R) of 4 à 5 x (1.360-600R). Dus vijf à zes duizendjes met het resterende gedeelte tot aan het brugje als recup of vier à vijf grote vijverrondes, met telkens een kleine vijverronde als recup.

Ik kan er vanavond niet bij zijn; ben jammer genoeg ziek.

Intervaltraining 4 mei

Deze keer gaan we een trappentraining doen. Trapsgewijs opgebouwde intervallen. We hakken een grote vijverronde in drie stukken: 0-500, 500-1.000 en 1.000-1360. De eerste 500m doen we aan vlot duurlooptempo, de tweede 500m aan 800m-tempo en de laatste 360m nog een tandje sneller (niet overdrijven). Dan recupereren we met een kleine vijverronde. Dat doen we in totaal vier à vijf keer.

Dus 4 à 5 x (500-500-360-600R).