Loopomloop Lindenbos

Enkele brokkenlopers gaan nu zondag 31 maart om 10u mee de nieuwe loopomloop (wat een woord hè) in Lindenbos inwijden. Er zijn parcoursen van 3,6, 5,5 en 10km. Wij gaan voor de 10K natuurlijk, aan een rustig tempo. Je kan er altijd nog wat extra kilometers aan toevoegen als je wil. De startplaats is aan de kleine parking aan de Kasteeldreef.

Advertenties

Mijn eerste veldloop

Zoals de twee vorige jaren (zie hier en hier) heb ik een kort verhaal geschreven voor de Leesloop, die werd georganiseerd door Stefan Boonen en Ludo Teeuwen. Dit jaar gaat het over veldlopen, meer bepaald over mijn eerste veldloop. Maar we beginnen met een kort historisch relaas.

 

Toen ik in 2004 bij DCLA was aangespoeld, nadat ik voor het eerst “serieus” was beginnen met lopen, vatte ik het plan op om eens te gaan veldlopen. Veldlopen had ik tot dan enkel gezien in de twintig seconden die er hooguit op televisie aan worden gewijd, maar mijn nieuwsgierigheid was gewekt.

Dus ging ik wat opzoekwerk doen over veldlopen. Ik research altijd mijn nieuwe wedstrijden, toegegeven, misschien zelfs een beetje te veel.

Wist u dat veldlopen ooit een Olympische discipline is geweest? Niet tijdens de winterspelen, vreemd genoeg, maar tijdens de zomerspelen. Onder meer de zomerspelen van 1924 in Parijs. Doet dat geen belletje rinkelen? Chariots of Fire. Die Britse sprinters in hun schattige witte pakjes die langs het strand liepen op muziek van Vangelis (dat was blijkbaar heel populaire muziek in de jaren twintig). Dat waren nog eens echte atleten die op de sintelpiste zelfs nog hun eigen startplek met een schopje moesten uitgraven. Die Olympische Spelen dus. Op die Olympische spelen werd ook een veldloop georganiseerd. En, dat moet ik nu toch even kwijt, ze hadden beter een film gemaakt over die veldloop.

De veldloop werd gewonnen door de befaamde Fin Paavo Nurmi, die ook op de 1.500 en de 5.000 meter goud pakte. De tweede was ook een Fin, Ville Ritola, die dan weer de 3.000 meter steeple en de 10.000 meter won. Vreemd genoeg waren de wedstrijdomstandigheden op 12 juli 1924 alles behalve Fins. Er heerste op die dag in Frankrijk een hittegolf met temperaturen tussen dertig en veertig graden. Volgens het officiële wedstrijdverslag was het zelfs 45 graden in de zon. Er moesten een goede 10 km worden gelopen door heuvelend grasveld, met de finish op een atletiekpiste.

17 geselecteerden begonnen er niet eens aan, waaronder de voltallige Belgische delegatie. Verstandige jongens, die Belgen, want van de 38 effectieve deelnemers liepen er slechts 15 de wedstrijd uit. Acht van die vijftien werden na de aankomst op brancards afgevoerd. Eén atleet viel in zwijm vijftig meter voor de finish. De atleet die na hem kwam aangelopen stopte daar en verliet daar de piste, denkend dat hij over de finish was gelopen, en pas nadat het publiek hem toeriep dat de finish verder lag, liep hij door. Nog een andere atleet – en ik verzin dit niet – was bij zijn eindrondje in het stadium zo bevangen door de hitte dat hij in kleine rondjes begon te lopen, tot hij weer even bij zinnen geraakte, zijn parcours hervatte en met volle snelheid in de tribune knalde, waar hij het bewustzijn verloor. Ernstiger nog waren de geruchten over twee deelnemers die overleden zouden zijn tijdens de wedstrijd, maar nadat hulpverleners het parcours afkamden en de onderweg in zwijm gevallen deelnemers uit het grasveld visten, bleek er uiteindelijk toch geen dode te betreuren. Maar de toeschouwers reageerden erg geshockeerd en de gebeurtenissen bleken voor het IOC ernstig genoeg om veldlopen tot op heden te schrappen uit de Olympische spelen.

Dus vroeg ik me af: is dat wel zo gezond, veldlopen?

Maar mijn meer ervaren loopmakkers zeiden dat ik me echt geen zorgen hoefde te maken. In de eerste plaats vallen veldlopen in de winter en niet in hartje zomer. Ze zeiden dat je daar een snellere loper van wordt. Ze zeiden dat het tof is, zo in de natuur lopen. Ze zeiden dat het de meest pure vorm is van lopen. Dus dacht ik: OK, lopen in de natuur en daar nog sneller van worden ook, dat moet ik toch eens proberen.

Ik informeerde me over het materiaal. Je moest spikes hebben. Zo van die mooie lekker lichte soepele schoenen die er zo snel uitzien dat je er enthousiast van wordt. Met schroefgaten onderaan waar je van die heavy metal pinnen in kan draaien van wel 12 millimeter, om goed grip te hebben op technische gedeelten. Technische gedeelten, hadden ze me gezegd. Later zou ik begrijpen wat dat zijn: diepe plassen, grote modderpartijen, glibberige hellingen. Technische gedeelten zijn het eufemisme van de veldlopen. Trouwens, op die technische gedeelten veranderen je snelle mooie schoenen in modderklompen waar je nadien gemakkelijk een halfuur poetswerk aan hebt. Maar ik loop vooruit op het verhaal.

Toen het startuur voor mijn leeftijdscategorie naderde, wurmden we ons tussen de opening in de nadarhekkens naar de start. Daar waren twee startstrepen op de grond. Ik was in de war. Waarom twee startstrepen? Een om te oefenen misschien? Blijkbaar wel want iedereen ging achter de achterste streep staan. Dan kwam er een fluitsignaal en iedereen liep snel naar de voorste streep om daar dan opnieuw te wachten. Redelijk zinloos als je het mij vraagt. Dan kwam het pistoolschot en weg waren we.

Nu, dit eigenste moment had ik heel goed voorbereid. Ik had gehoord dat je alles moest geven aan de start, omdat je goed vooraan moet zijn aan de eerste bocht, waar het veel smaller werd. Dat leek me heel erg logisch. Dus ik gaf alles. Echt alles. Ik was euforisch. Dit. Is. Lopen. Waaw. En ik was redelijk goed vooraan. Waaw.

Na vijfhonderd meter begon het tot me door te dringen dat ik misschien toch iets te snel was gestart. Mijn hart bonkte als gek, ik had haast geen adem en mijn benen waren aan het protesteren. Dus ik nam wat gas terug. Direct liepen een paar lopers me voorbij. En dan nam ik misschien nog een beetje gas terug. En weer liepen nog een paar lopers me voorbij. En dan nog enkele.

Tegen dat ik een ietwat doenbaar tempo had gevonden, liepen we de wei in. Hier ging het dus gebeuren, het lopen in de natuur. Alleen bleek dat vooral te zijn: koeientaarten en modderplassen vermijden. De hele tijd moest je uitkijken naar een goed spoor over min of meer vaste grond in de drassige wei. Maar het tempo mocht niet zakken. Ik moest blijven geven, ik moest doorlopen, ook al deed het pijn. Het melkzuur brandde in mijn benen; een bankschroef klemde op mijn borstkas terwijl ik juist meer adem nodig had dan ooit.

Daar is een stukje bergaf, dat doet goed, je even laten bollen, maar dan is er weer een venijnige talud naar omhoog die er weer even hard inhakt.

Daar, langs de kant, moedigde een clubmakker me aan. Maar ik schaamde me vooral. Waar is mijn snelheid van de weg? Waar zijn de lange rechte stukken beton en asfalt waarover ik haast moeiteloos en lichtvoetig kan zweven? Hier ben ik een plompe, ploeterende, plenzende plassenloper die zich de pleuris loopt in een plaggenveld.

Je ziet, amper vier kilometer gecrost en ik liep al over van zelfmedelijden. Waarom was ik hier aan begonnen? Ah ja, ze hadden gezegd dat ik er sneller van ging lopen. Zie me hier eens snel lopen, zeg.

Eindelijk, na vijf rondjes door de “natuur” was het einde van mijn lijden in zicht. Het laatste rondje, eindelijk ging ook voor mij de bel.  Terwijl ik mijn laatste kilometer afwerkte, hoorde ik de speaker de winnaars al afroepen. Straks staan ze nog op het podium voor ik ben aangekomen.

Maar dan, in dat laatste rondje, vond ik vrede met mezelf. Ik had mijn plaats gevonden, ik werd niet meer voorbijgestoken en voor en achter me zag ik vooral lotgenoten, net als ik onder de modderspatten, glibberend, chronisch verzuurd, hunkerend naar de verlossing van de aankomst. Die aankomst lag nu maar honderd meter voor ons. Een laatste tempoversnelling naar de aankomstfuik. Er snelde mij nog iemand voorbij in de laatste rechte lijn, maar ik ging niet mee. Grootmoedig gunde ik hem de positiewinst, terwijl ik dacht “stomme uitslover”.

En daar, in de tunnel van nadarhekkens, was de aankomst. Het einde. Nog nooit zo blij geweest met het einde. Mogen stoppen, dat deed zo’n deugd. En een hand geven aan de anderen. Gefeliciteerd om te mogen stoppen met lopen.

Crosskaartje lostrekken en afgeven. En dan, nog steeds wat klam en bezweet en met het zuur nog in de benen, over het gras schrijden, als een strijder die met geheven hoofd het strijdperk verlaat. Ik had mijn eerste cross overleefd. Meer viel er eigenlijk niet over te zeggen.

Ik heb nadien nog wel wat crossen gelopen. Niet veel, maar meer dan genoeg. Ze gingen wel beter, omdat ik een paar dingen had geleerd. En een paar positieve dingen zag ik ook wel. De explosiviteit, het ongedwongene, je clubgenoten aanmoedigen en aangemoedigd worden. Maar voor de rest is veldlopen voor mij als rode kool. Het is echt van hier, een lokaal product, het is gezond, het is voor in de winter, maar het is niet echt mijn ding.

Training vrijdag

Zoals gebruikelijk bij de Memorial Ivo Van Damme zal de club vrijdag gesloten zijn, althans de kantine en de douches. Maar wie geen kaartjes heeft om live te gaan kijken, kan mee de beentjes gaan strekken vooraleer we ons met chips, kaasjes en bier voor de televisie vlijen om naar de Sporza-verslaggeving te kijken.

Afspraak dan om 18u15 stipt aan de (wellicht gesloten) poort van de club voor een duurloopje. Maar douchen zal je dus thuis moeten doen.

Fluovestjestijd

Het is weer zover, de wintertijd staat voor de deur (nacht van 28 op 29 oktober, klok een uur achteruit). Maar omdat het na zeven uur nu al donkerder en dus onveilig begint te worden, lopen we in elk geval vrijdag al met fluovest en/of lichtjes. En vanaf het winteruur ook op woensdag (eerder al voor diegenen die nadien terug naar huis lopen).

Lopers mogen moeten gezien worden.

Wie zijn fluovestje vergeet kan er een lenen in de kantine (achteraan rechts, naast de kledingshop).

fluovest

Training vrijdag

Zoals gebruikelijk bij de Memorial Ivo Van Damme zal de club vrijdag gesloten zijn, althans de kantine en de douches. Maar wie geen kaartjes heeft om live te gaan kijken, kan mee de beentjes gaan strekken vooraleer we ons met chips, kaasjes en bier voor de televisie vlijen om naar de Sporza-verslaggeving te kijken.

Afspraak dan om 18u15 stipt aan de (wellicht gesloten) poort van de club voor een duurloopje. Maar douchen zal je dus thuis moeten doen.

Feest! 75 jaar DCLA!

De meesten onder jullie weten het al, maar op zondag 27 augustus vieren we driekwarteeuw DCLA.

In de voormiddag is er de Halense Zilverenhelmen Run, een loopwedstrijd in Halen. Het zou fijn zijn als er een mooie brokkenlopersdelegatie zou zijn. In de namiddag is er een uitgebreid feestprogramma op en rond de piste met allerlei activiteiten en spelletjes. Om 18u begint de BBQ.

De activiteitenpagina vind je hier en de inschrijvingspagina hier.

Allen daarheen!

Vrijdag 2 juni: start training aan Heverleebos

Omdat er werd gevraagd om eens een ander parcours te lopen dan de zomertour en ook eens een andere startplaats te kiezen, vertrekken we morgen in Heverlee “aan de bareel” in plaats van aan de club. We vertrekken daar om 18u15 voor een uitstap naar Heverleebos en Meerdaalwoud.

Voor de niet-ingewijden: dat is op de kruising van de Herendreef en de Filosofenlaan/Beukenlaan, aan de ingang van het bos.

Hier is de Google maps: https://www.google.be/maps/dir//50.853008,4.6816895/@50.8516558,4.6783778,15.25z

En hier is de Google street view, waarop je de “bareel” ziet: https://www.google.be/maps/@50.8531592,4.6816755,3a,83.3y,165.18h,89.44t/data=!3m7!1e1!3m5!1sgUq0eIMl39l41griGm4BQA!2e0!3e11!7i13312!8i6656

Tot morgen in Heverlee!