Intervaltraining 24 april

Het provinciaal domein is geen piste. We hebben minder houvast op de precieze afstand en de precieze tijd. Dat lijkt een nadeel, maar eigenlijk is dat goed, want dat dwingt ons om de precieze meetpunten los te laten en meer af te gaan op ons (tempo)gevoel. Tempogevoel is belangrijk omdat je instinctief in een wedstrijd moet kunnen aanvoelen wat het juiste tempo is, anders blaas je jezelf op of maak je het jezelf te gemakkelijk. Fluitjesintervallen zijn een goede tempogevoeltraining. Het gaat als volgt:

We starten aan het brugje (aan het bootjesplatform) en lopen in klokwijzerzin langs de grote vijver gedurende exact 2 minuten. Bij het eerste fluitsignaal blijven we 30 seconden ter plaatse staan (even recupereren) en bij het tweede fluitsignaal lopen we in de omgekeerde richting terug gedurende exact 2 minuten om precies terug aan het brugje aan te komen. Daarna lopen we een rondje om de kleine vijver om te recupereren.

Dat doen we vijf keer.

Maar dat is nog niet zo speciaal. Het moeilijke is dat je moet proberen om elke keer iets verder te geraken na die eerste twee minuten (pakweg 3 à 5 meter). Dat veronderstelt dat je de eerste keer rustig begint en zeer geleidelijk opbouwt.

Het belang van die laatste zin kan niet genoeg worden onderstreept. De woorden “rustig beginnen” en “geleidelijk opbouwen” zijn cruciaal, of anders wordt dit de intervaltraining from hell. Je bent gewaarschuwd 😉 Dit is een climaxintervaltraining (hoogtepunt naar het einde) bij uitstek.

Advertenties

Intervaltraining 17 april

Deze keer gaan we, afhankelijk van de samenstelling van de groep, ofwel trio-intervallen lopen, ofwel ingedeelde intervallen.

De ingedeelde intervallen gaan als volgt:

4 à 6 x (700-100R-560-600R) (dat is: een grotevijverronde-interval met een ademhapmoment van 100m, gevolgd door een kleinevijverronderust)
tempo: 700 aan 1″/100m trager dan 800m-tempo, 100 aan rustig duurlooptempo en 560 aan 800m-tempo – 600 jogpauze

Trio-intervallen, voor de niet-ingewijden zijn een reeks intervallen die we in groepjes van telkens drie afwerken. Eén loopt in de ene richting langs de grote vijver (iets sneller dan 800m-tempo); de twee anderen joggen in de andere richting tot ze de ene loper tegenkomen. Eén van de twee joggers gaat dan lopen (rechtdoor) en de loper draait om om samen te joggen met de tweede jogger tot ze de andere weer tegenkomen. Enzovoort enzovoort, tot iedereen vijf à zes intervallen heeft afgewerkt. De uitdaging is het goede tempo te vinden en alle intervallen aan dat tempo af te werken.

We zullen zien hoe de groep is samengesteld en wat de voorkeuren zijn.

Intervaltraining 3 april

Na het zomeruur verleggen we gewoontegetrouw onze intervalactiviteiten naar het provinciaal domein. De enige complicatie is dat de omloop rond de grote vijver voorlopig nog onderbroken is ter hoogte van het “bootjesplatform” (met een kleine omleiding). Volledige vijverrondes in intervalvorm zijn daardoor niet echt ideaal. Sowieso gaan we beginnen met niet al te lange intervallen, vandaar: keuze tussen (1.000-360R) en (800-560R), met de duizendjes een klein tikkeltje rustiger dan 800m-tempo. We bespreken dat verder ter plaatse, nadat we één rondje hebben ingelopen.

De marathontaperaars kunnen opteren voor een beperkt aantal intervallen niet sneller dan marathonwedstrijdtempo, ofwel vrij kort ofwel wat langer, naargelang de goesting en de nervositeit…

Intervaltraining 27 maart

Dit wordt (voor een poosje althans) de laatste intervaltraining op de piste, want volgende week zitten we in het provinciaal domein te hossen! Als verkenning gaan we vandaag al eens opwarmen in het provinciaal domein (een rondje en dan terug naar de piste).

Op de piste lopen we dan de volgende ingedeelde lange intervallen:

5 à 7 x (600-200-400-400R)

Tempo’s:

  • 600m net iets trager dan 800m-tempo (0,5″/100m trager)
  • 200m aan duurlooptempo (sneller dan joggen!)
  • 400m aan 800m-tempo
  • 400R rustig joggen (uiteraard)

Intervaltraining 20 maart

Deze keer zijn het dezelfde (lange) intervallen voor iedereen. We gaan relax beginnen en stevig eindigen, namelijk als volgt:

4 à 6 x (800-400-400R) met 800 1″/100m trager dan het 800m-tempo en 400 1″/100m sneller (bv. als je 22″ loopt 800 aan 23″ en 400 aan 21″).

Diegenen die dat nog wat snediger willen maken mogen de eerste 400 1″ trager, de tweede 400 aan 800m-tempo en de derde 400 1″ sneller lopen. Maar dat is niet evident, dus misschien eerst even aankijken.

Intervaltraining 13 maart

Ook vanavond nog flinke wind en mogelijk regen, maar dat schrikt ons niet af. We houden het wel eenvoudig, namelijk naar keuze achthonderdjes of duizendjes, in beide gevallen met 400m recuperatie. We laten het tempo wel wat terugvallen in de stukken met wind op kop (dwz inspanning gelijkmatig houden over het hele interval bekeken).