Estafetteloop Tongeren 19 april 2019

Bart en Arno hebben pas een marathon achter de rug en de estafettemicrobe begon alweer te kriebelen. Dat heeft geleid tot een knappe prestatie in Tongeren. Hier is het verslag van Bart. Foto’s, zoals gebruikelijk, van de immer aanwezige Lucas Geldof.

Op een heldere zonnige dag als deze is het ideaal terrasweer. Voor lopers perfect om aan een estafetteloop deel te nemen. Even toetsen hoe de benen zijn hersteld van Rotterdam.

Het concept

Een uur lang met 2 lopers, elk 1 km om de beurt afleggen. Het doel is zoveel mogelijk kilometers runnen. Daarbij word een stok doorgegeven met een chip, die ervoor zorgt dat geen verwarring en rellen kunnen ontstaan.

De deelnemers

Arno en Bart.

De wedstrijd

Er staan 100 lopers klaar om losgelaten te worden en nog 100 lopers om afgelost te worden, om 19.00 uur. Alles geven, op het randje van krampen, voor eeuwige glorie. Ik begin en merk dat de turbostart er niet meer is. Na mijn eerste rondje kom ik door op de 18e plaats. Arno neemt de fakkel over, en maakt onmiddellijk vier plaatsen goed. Daarna is het niet meer mogelijk, om het op te volgen. Terwijl de aflossing zijn beloop neemt, voelden we ons beter worden. Een goede uithouding is hier cruciaal. Elke ronde halen we mensen in die te snel gestart zijn. Uiteindelijk eindigen we op de tweede plaats met 17.500 m. Net geen eerste plaats, 225m te kort.
We zijn tevreden over onze prestatie en hebben vooral genoten.

estafette 1

estafette 2

estafette 3

estafette 4

estafette 5

Foto’s: Lucas Geldof

Advertenties

Marathon Rotterdam 7 april 2019 (Arno)

En hier is dan het verslag van Arno, die een fantastisch debuut maakte op de marathonafstand. Lees en geniet mee.

7 april, 9u50, ik sta in het startvak van de marathon van Rotterdam. Een hele rits emoties gierden door mijn lijf. Zenuwachtig, fier, bang, enthousiast, opgelucht, maar vooral benieuwd. Benieuwd naar mijn eerste marathon. De mythische 42,2 km, dat ene heilige doel der afstandslopers, de waardemeter voor elk geoefend atleet.

In de micro werd een of andere Litouwer aangekondigd. Die ging een liedje zingen, ‘You’ll never walk alone’. Ironisch, want ik nam mezelf voor dat ik onder geen enkele omstandigheid ging wandelen. Blijkt achteraf dat de man in kwestie naar de naam Lee Towers luisterde, een gevestigde waarde der Nederlandse muziek. Dus geen Litouwer, zoals ik dacht.

Het kanon gaat ineens af, zonder aftellen. Strompelend naar de startboog duw ik mijn Garmin op, en begin aan één van de grootste uitdagingen van mijn leven. Ik moest bij de 3uur-pacers blijven over de Erasmusbrug, omdat ik niet voorbij kon door de mensenmassa. Eenmaal op bredere wegen begon ik aan mijn waterdicht plan, 4:00/km lopen zo ver als ik kon. Dit is uiteraard sarcastisch want het was een risicoplan. De coach had gezegd: ‘Op km 20 moet ge nog overwegend fris zitten, vanaf km 30 begint de marathon pas echt.’ Woorden die ik me vaak voor de geest heb gehaald tijdens de tocht. Die eerste 21km vlogen voorbij, nog een praatje gemaakt met een mede-Leuvenaar die ik toevallig kende van het uitgaansleven. Ik had er wel zin in, in die 2e helft. De volgende kilometers bleef ik mooi in een groepje lopen tegen 4:00, wat nog steeds comfortabel aanvoelde. Het tempo heb ik pas moeten laten zakken vanaf km 27, omdat er een paar stukken vals plat kwamen waar ik me niet op stuk wou lopen om die 4:00 te houden. Dan, terug over de Erasmusbrug voor de laatste 14km.

So, it begins. 14km, dat is een kilometer minder dan de zomertoer. ‘Piece of cake’ dacht ik. Ik begin mondjesmaat lopers in te halen, met de kilometer meer. Het 32,5km-punt was een mentale overwinning, ik had nog nooit verder gelopen op één dag. En ik voelde mij nog zeer oké, in vergelijking met wat ik had verwacht. Pas op km37 begon het echt zwaar te worden, mijn rechter kuit zei: ‘Ela jong, waar denkt gij da ge mee bezig zijt?’ en schoot in kramp. Tempo laten zakken dus, paslengte verkleinen en verder uitgeputte lieden voorbij schuifelen. Ineens zei mijn Garmin ‘km 41’ waarop mijn innerlijke zelf een vreugdesprong maakte, want ik had al zitten rekenen – tijd genoeg daarvoor – en ik moest al fameus stilvallen om de 3 uur niet meer te halen. Ik begon terug wat sneller te lopen omdat die laatste kilometer toch eentje is waar ge nog het maximum uit moet halen. Nog een kilometer aan 4:00 kunnen afwerken, voor toch wel heel uitgeput onder de finishboog mijn klok af te duwen, Bart te zien staan en nog naar hem kunnen lopen om ne knuffel te geven, gevolgd door een enorm gevoel van euforie en trots, Kevin een hand te geven en ineens te beseffen hoeveel pijn mijn benen deden. Stappen was opeens niet meer zo evident.

Mijn eerste marathon in een tijd van 2u54.54 afgewerkt, daar moet ik toch een paar mensen voor bedanken. Mijn ouders niet in het minst, mijn collega-brokkenlopers – wat was ik trots om deel uit te maken van die groep – en uiteraard coach Jeroen, wiens tips van goudwaarde bleken! Bedankt voor het temperen van mijn onbezonnen impulsief karakter, anders had ik als een wildeman tekeer gegaan in de eerste 20km om dan fenomenaal stil te vallen. Pacing is key en ik onthoud vooral deze ene quote die rond km 33 langs het parcours stond: ‘Pain is just a french word for bread’.

And on that bombshell, it’s time to end!

Marathon Rotterdam 7 april 2019 (Bart)

Er liepen verschillende brokkenlopers in Rotterdam het voorbije weekend, met wisselend resultaat. Bart probeerde er zijn 2u37′ van vorig jaar in Eindhoven te verbeteren. Dat is net niet gelukt, maar de omstandigheden waren dan ook minder gunstig. Hier is het verslag van Bart.

De keuze voor de marathon van Rotterdam op 7 april 2019, één van de snelste parcours van Nederland, en met de aanwezigheid van de vele brokkenlopers, was de beslissing rap gemaakt.

 Voor het kanonschot gegeven werd, galmde door de boxen “You’ll never walk alone.’’ van  Lee Towers. Het is al warm en de voorspellingen zijn dat het warmer zal worden. Na lang genoeg gewacht te hebben, mag het eindelijk beginnen.

We starten onmiddellijk over de Erasmusbrug, het boegbeeld van de stad, om een rondje van 29 km af te leggen in Zuid-Rotterdam. Alles verliep volgens mijn planning. Een ideaal groepje met dezelfde tempo (3’40”/km). Op km 15 begint de warmte zich te manifesteren en haken veel lopers af. Voor mij geld nu hetzelfde op km 20. De ademhaling gaat moeizamer, dat betekent vertragen. Nu op zoek gaan naar een goed tempo, en eventueel bij het weerzien van de Erasmusbrug een nieuwe beslissing nemen.

Bij de brug, om de overige 13 km in Noord-Rotterdam af te werken bleef alles zoals het was. De man met de hamer kom ik tegen op km 37, steken en krampen nemen de overhand. Door een iets trager tempo, vermijd ik te moeten wandelen.

Gefinisht in een tijd van 02:38:53.

Koen Naert verbeterde zijn PR met een tijd van 02:07:39.

Het was niet mogelijk zonder de steun van mijn vader en de brokkenlopers.

Het is tijd voor nieuwe uitdagingen. Even de snelle marathontijden in de koelkast steken, en mij voorbereiden op ultra’s.

bart1

bart2

bart3

bart4.png

Foto’s: Lucas Geldof

Mijn eerste veldloop

Zoals de twee vorige jaren (zie hier en hier) heb ik een kort verhaal geschreven voor de Leesloop, die werd georganiseerd door Stefan Boonen en Ludo Teeuwen. Dit jaar gaat het over veldlopen, meer bepaald over mijn eerste veldloop. Maar we beginnen met een kort historisch relaas.

 

Toen ik in 2004 bij DCLA was aangespoeld, nadat ik voor het eerst “serieus” was beginnen met lopen, vatte ik het plan op om eens te gaan veldlopen. Veldlopen had ik tot dan enkel gezien in de twintig seconden die er hooguit op televisie aan worden gewijd, maar mijn nieuwsgierigheid was gewekt.

Dus ging ik wat opzoekwerk doen over veldlopen. Ik research altijd mijn nieuwe wedstrijden, toegegeven, misschien zelfs een beetje te veel.

Wist u dat veldlopen ooit een Olympische discipline is geweest? Niet tijdens de winterspelen, vreemd genoeg, maar tijdens de zomerspelen. Onder meer de zomerspelen van 1924 in Parijs. Doet dat geen belletje rinkelen? Chariots of Fire. Die Britse sprinters in hun schattige witte pakjes die langs het strand liepen op muziek van Vangelis (dat was blijkbaar heel populaire muziek in de jaren twintig). Dat waren nog eens echte atleten die op de sintelpiste zelfs nog hun eigen startplek met een schopje moesten uitgraven. Die Olympische Spelen dus. Op die Olympische spelen werd ook een veldloop georganiseerd. En, dat moet ik nu toch even kwijt, ze hadden beter een film gemaakt over die veldloop.

De veldloop werd gewonnen door de befaamde Fin Paavo Nurmi, die ook op de 1.500 en de 5.000 meter goud pakte. De tweede was ook een Fin, Ville Ritola, die dan weer de 3.000 meter steeple en de 10.000 meter won. Vreemd genoeg waren de wedstrijdomstandigheden op 12 juli 1924 alles behalve Fins. Er heerste op die dag in Frankrijk een hittegolf met temperaturen tussen dertig en veertig graden. Volgens het officiële wedstrijdverslag was het zelfs 45 graden in de zon. Er moesten een goede 10 km worden gelopen door heuvelend grasveld, met de finish op een atletiekpiste.

17 geselecteerden begonnen er niet eens aan, waaronder de voltallige Belgische delegatie. Verstandige jongens, die Belgen, want van de 38 effectieve deelnemers liepen er slechts 15 de wedstrijd uit. Acht van die vijftien werden na de aankomst op brancards afgevoerd. Eén atleet viel in zwijm vijftig meter voor de finish. De atleet die na hem kwam aangelopen stopte daar en verliet daar de piste, denkend dat hij over de finish was gelopen, en pas nadat het publiek hem toeriep dat de finish verder lag, liep hij door. Nog een andere atleet – en ik verzin dit niet – was bij zijn eindrondje in het stadium zo bevangen door de hitte dat hij in kleine rondjes begon te lopen, tot hij weer even bij zinnen geraakte, zijn parcours hervatte en met volle snelheid in de tribune knalde, waar hij het bewustzijn verloor. Ernstiger nog waren de geruchten over twee deelnemers die overleden zouden zijn tijdens de wedstrijd, maar nadat hulpverleners het parcours afkamden en de onderweg in zwijm gevallen deelnemers uit het grasveld visten, bleek er uiteindelijk toch geen dode te betreuren. Maar de toeschouwers reageerden erg geshockeerd en de gebeurtenissen bleken voor het IOC ernstig genoeg om veldlopen tot op heden te schrappen uit de Olympische spelen.

Dus vroeg ik me af: is dat wel zo gezond, veldlopen?

Maar mijn meer ervaren loopmakkers zeiden dat ik me echt geen zorgen hoefde te maken. In de eerste plaats vallen veldlopen in de winter en niet in hartje zomer. Ze zeiden dat je daar een snellere loper van wordt. Ze zeiden dat het tof is, zo in de natuur lopen. Ze zeiden dat het de meest pure vorm is van lopen. Dus dacht ik: OK, lopen in de natuur en daar nog sneller van worden ook, dat moet ik toch eens proberen.

Ik informeerde me over het materiaal. Je moest spikes hebben. Zo van die mooie lekker lichte soepele schoenen die er zo snel uitzien dat je er enthousiast van wordt. Met schroefgaten onderaan waar je van die heavy metal pinnen in kan draaien van wel 12 millimeter, om goed grip te hebben op technische gedeelten. Technische gedeelten, hadden ze me gezegd. Later zou ik begrijpen wat dat zijn: diepe plassen, grote modderpartijen, glibberige hellingen. Technische gedeelten zijn het eufemisme van de veldlopen. Trouwens, op die technische gedeelten veranderen je snelle mooie schoenen in modderklompen waar je nadien gemakkelijk een halfuur poetswerk aan hebt. Maar ik loop vooruit op het verhaal.

Toen het startuur voor mijn leeftijdscategorie naderde, wurmden we ons tussen de opening in de nadarhekkens naar de start. Daar waren twee startstrepen op de grond. Ik was in de war. Waarom twee startstrepen? Een om te oefenen misschien? Blijkbaar wel want iedereen ging achter de achterste streep staan. Dan kwam er een fluitsignaal en iedereen liep snel naar de voorste streep om daar dan opnieuw te wachten. Redelijk zinloos als je het mij vraagt. Dan kwam het pistoolschot en weg waren we.

Nu, dit eigenste moment had ik heel goed voorbereid. Ik had gehoord dat je alles moest geven aan de start, omdat je goed vooraan moet zijn aan de eerste bocht, waar het veel smaller werd. Dat leek me heel erg logisch. Dus ik gaf alles. Echt alles. Ik was euforisch. Dit. Is. Lopen. Waaw. En ik was redelijk goed vooraan. Waaw.

Na vijfhonderd meter begon het tot me door te dringen dat ik misschien toch iets te snel was gestart. Mijn hart bonkte als gek, ik had haast geen adem en mijn benen waren aan het protesteren. Dus ik nam wat gas terug. Direct liepen een paar lopers me voorbij. En dan nam ik misschien nog een beetje gas terug. En weer liepen nog een paar lopers me voorbij. En dan nog enkele.

Tegen dat ik een ietwat doenbaar tempo had gevonden, liepen we de wei in. Hier ging het dus gebeuren, het lopen in de natuur. Alleen bleek dat vooral te zijn: koeientaarten en modderplassen vermijden. De hele tijd moest je uitkijken naar een goed spoor over min of meer vaste grond in de drassige wei. Maar het tempo mocht niet zakken. Ik moest blijven geven, ik moest doorlopen, ook al deed het pijn. Het melkzuur brandde in mijn benen; een bankschroef klemde op mijn borstkas terwijl ik juist meer adem nodig had dan ooit.

Daar is een stukje bergaf, dat doet goed, je even laten bollen, maar dan is er weer een venijnige talud naar omhoog die er weer even hard inhakt.

Daar, langs de kant, moedigde een clubmakker me aan. Maar ik schaamde me vooral. Waar is mijn snelheid van de weg? Waar zijn de lange rechte stukken beton en asfalt waarover ik haast moeiteloos en lichtvoetig kan zweven? Hier ben ik een plompe, ploeterende, plenzende plassenloper die zich de pleuris loopt in een plaggenveld.

Je ziet, amper vier kilometer gecrost en ik liep al over van zelfmedelijden. Waarom was ik hier aan begonnen? Ah ja, ze hadden gezegd dat ik er sneller van ging lopen. Zie me hier eens snel lopen, zeg.

Eindelijk, na vijf rondjes door de “natuur” was het einde van mijn lijden in zicht. Het laatste rondje, eindelijk ging ook voor mij de bel.  Terwijl ik mijn laatste kilometer afwerkte, hoorde ik de speaker de winnaars al afroepen. Straks staan ze nog op het podium voor ik ben aangekomen.

Maar dan, in dat laatste rondje, vond ik vrede met mezelf. Ik had mijn plaats gevonden, ik werd niet meer voorbijgestoken en voor en achter me zag ik vooral lotgenoten, net als ik onder de modderspatten, glibberend, chronisch verzuurd, hunkerend naar de verlossing van de aankomst. Die aankomst lag nu maar honderd meter voor ons. Een laatste tempoversnelling naar de aankomstfuik. Er snelde mij nog iemand voorbij in de laatste rechte lijn, maar ik ging niet mee. Grootmoedig gunde ik hem de positiewinst, terwijl ik dacht “stomme uitslover”.

En daar, in de tunnel van nadarhekkens, was de aankomst. Het einde. Nog nooit zo blij geweest met het einde. Mogen stoppen, dat deed zo’n deugd. En een hand geven aan de anderen. Gefeliciteerd om te mogen stoppen met lopen.

Crosskaartje lostrekken en afgeven. En dan, nog steeds wat klam en bezweet en met het zuur nog in de benen, over het gras schrijden, als een strijder die met geheven hoofd het strijdperk verlaat. Ik had mijn eerste cross overleefd. Meer viel er eigenlijk niet over te zeggen.

Ik heb nadien nog wel wat crossen gelopen. Niet veel, maar meer dan genoeg. Ze gingen wel beter, omdat ik een paar dingen had geleerd. En een paar positieve dingen zag ik ook wel. De explosiviteit, het ongedwongene, je clubgenoten aanmoedigen en aangemoedigd worden. Maar voor de rest is veldlopen voor mij als rode kool. Het is echt van hier, een lokaal product, het is gezond, het is voor in de winter, maar het is niet echt mijn ding.

Eindejaarscorrida 30 december 2018

Uiteraard is de Eindejaarscorrida een vast pleisterplek voor heel wat brokkenlopers. De meesten traden aan op de 12K. Het weer was prima: niet te koud, droog en windstil. Het nieuwe parcours bleek achteraf wel wat kort, waardoor zowel de 8K- als de 12K-lopers een kleine kilometer korting kregen.

Maar daar malen we niet om. Dat betekent wel dat de resultaten een te hoge snelheid tonen. Iets minder leuk was dat enkele lopers in de kopgroep van de 12K verkeerd zijn gestuurd, waardoor die maar zo’n 9K op de teller hebben staan. Ik weet niet of dat de ranking heeft beïnvloed.

En daarmee zijn we bij de kopgroep, waar Kevin een splijtende 29’18” heeft neergezet (weliswaar een goede 9K), waarmee hij de tweede plaats kon claimen, sneller (net als op het BK HM) dan Gerd Devos, die een seconde later het podium vervolledigde dat – hoe kon het ook anders – door Dries Basemans werd gedomineerd.

Jelle liep een dijk van een wedstrijd en finishte op de 15e plaats in 38’36”. Stijn, onze stille kracht, behaalde een heel fraaie 40’24” en pakte de 28e plaats.

Arno was naar eigen zeggen te snel van start gegaan en moest dat de rest van de wedstrijd bekopen, maar door diep te gaan zet je natuurlijk mooie tijden neer en dat gebeurde ook met een indrukwekkende 41’48” (51e plaats). Bart liep kort na zijn oefenmarathon wat behoudender en kwam binnen op 42’21” (61e plaats).

Jeroen had gepland om 4’15″/km te lopen en dat lukte ook: 46’58” en de 218e plaats waren zijn deel. Dirk J. en Dirk W. kwamen binnen op 49’07” (321e plaats) en 49’12” (349e plaats), kort nadien gevolgd door Ben, die aanvankelijk heel kort op Jeroen volgde maar door zijn kuitblessure werd gekweld en de tweede helft van de wedstrijd gas moest terugnemen: 49’53” (413e plaats).

Op de 8K trad Tim aan, die met 28’03” de 78e plaats pakte: ook een knap resultaat!

De hele corrida zou natuurlijk nooit mogelijk geweest zijn door de talrijke vrijwilligers onder leiding van Marc Beullens, waaronder Bart C., Simon en Sabine, Tiebe, en ook heel wat mensen uit de groep van Miel (en Miel zelf) en uit de joggersgroepen. Heel erg bedankt allemaal, jullie hebben er een mooi loopfeest van gemaakt, mét kilometerkorting 😉

Aan alle brokkenlopers, geliefden, aanverwanten, bevrienden, een mooi jaareinde gewenst. Morgen volgt nog een verhaaltje om de blog dit jaar helemaal af te sluiten.

 

Aflossingsmarathon Kampenhout – 15 december 2018

Brokkenloper Bart heeft iets met aflossingswedstrijden. Terecht, want aflossingen zijn fun en maken van het individuele dat lopen uiteindelijk is toch iets collectiefs. En als je dat verbindt met een ander favoriet thema bij de brokkenlopers, namelijk de marathon, tja, dan beland je bij de aflossingsmarathon. Bart had er eentje gevonden in Kampenhout en vond zes brokkenlopers die elk een rondje van een goede zeven kilometer wilden lopen.

Kampenhout is een platte gemeente, kunnen we nu bevestigen, want het parcours is erg vlak, meestal over kleine wegen, een klein deel onverhard en zelfs – leuk weerzien – een kort eind langs de vaart Leuven-Mechelen die de marathonminnende brokkenlopers zo goed kennen. Het was wel wat koud maar gelukkig droog.

Kampenhout aflosssing (1)

Stijn mocht de spits afbijten en deed dat op indrukwekkende wijze, want al na 24’54” (net als de volgende tussentijden zelfgeklokt) snelde hij als vierde loper de sporthal binnen, waar Jeroen overnam. Bij estaffetelopen is het belangrijk om de spanning in de wedstrijd te houden, en strijkijzer van dienst Jeroen kweet zich uitstekend van die taak door maar liefst vijf lopers over hem heen te laten gaan en pas na 28’13” in negende positie het nummer door te geven aan Bram. Met 27’56” zette Bram, onze rots in de branding, gelukkig de remonte in.

Kampenhout aflosssing (6)

Normaal gesproken zou Andy de volgende ronde voor zijn rekening hebben genomen, maar een blessure die zich bevestigde bij het opwarmen stak daar een stokje voor. Frustrerend voor Andy, die zeker een snelle chrono in de benen had, maar na overleg nam Bart deze ronde voor zijn rekening. Daardoor moest Bart wat meer ingehouden lopen dan anders, maar met 24’18” zette hij alvast een supersnelle tijd neer waarmee al een flinke promotie werd gemaakt in het klassement.

Kampenhout aflosssing (18)

Bart werd afgelost door Arno, die eigenlijk al de hele tijd zat te wachten tot hij eindelijk werd losgelaten. Als een pijl uit een boog schoot hij weg en onze Arno zette een knappe 26’21” neer, weer wat hoger in de ranking.

Kampenhout aflosssing (22) Kampenhout aflosssing (24)

Maar daarmee waren we nog niet aan de apotheose, en die werd geleverd door Bart in zijn tweede rondje van de dag. In een opnieuw splijtende 24’38” liep hij naar een prachtige vierde plaats (van 104 ploegen), met eindtijd 2u36’33”. Eigenlijk had Bart het in zijn eentje nauwelijks trager gedaan, maar wij waren toch gelukkig dat we vandaag met hem mochten lopen 🙂

En dan kregen we zelfs nog witloof! Wat wil een mens nog meer?

Kampenhout aflosssing (25)

De andere DCLA-ploeg (de Mielmasters) eindigden in een fraaie 3u29’44”.

En uiteraard onze dank aan Andy, die de volgende keer ongetwijfeld gewoon mee kan vlammen, en last but not least de stille kracht Lucas, die ons van deze mooie foto’s heeft voorzien!

Meer foto’s van Lucas hier.

Verslag marathon Eindhoven 14 oktober 2018

Op 14 oktober was er in Eindhoven de marathon en de halve marathon. Op de halve tekenden Andy, Arno, Bram en Jona present. In de voormiddag trad Bart aan op de marathon. Bart had zich tot doel gesteld zijn vorige geweldige PR van 2u40′ op de marathon van Lier te verbeteren. En deze keer had Bart zich grondig voorbereid, samen met Davy, die eveneens hard had getraind en doodgraag had meegelopen, maar die jammer genoeg met een spierontsteking moest afhaken.
I
edereen vroeg zich dus af: een goed voorbereide Bart, hoeveel beter is die dan een impulsieve Bart? Wel, dat heeft Bart ons getoond, en hoe.
Hier is zijn verslag (met foto’s van Lucas Geldof):

Na maanden van voorbereiding en lange trainingen is het zover, de marathon van Eindhoven. Terwijl ik om me heen kijk in mijn startvak, zie ik afgetrainde gezichten, de een rustig, de ander druk pratend.

startvak1startvak2

De speaker vertelt: nog 2 minuten en iedereen wil weg, iedereen is er klaar voor, en daar klinkt om 10.00 uur een harde knal. We zijn vertrokken.
De eerste kilometers is het zoeken naar het juiste ritme, en gelukkig vind ik een groep die loopt voor 02:38:00 met hazen. Nu nog enkel zorgen dat je genoeg water drinkt en elke spons tot de laatste druppel uitperst om het hoofd koel te houden.
Bij kilometer 18 neem ik de beslissing om de groep te verlaten en het tempo te laten bepalen door het gevoel. Uit eerdere trainingen in Buggenhout had ik gezien dat het geen probleem mocht zijn.

onderweg.jpgLangzaam maar zeker haal ik mensen in. Moe, maar voldaan kom ik toe in een tijd van 02:37:27. Een PR en goed voor een 33ste plaats in het algemeen klassement en 14de Belg.
Link naar resultaten
Link naar Strava

medaille bart.jpg

dab.jpg

De winnaar van Eindhoven staat op naam van Elisha Kipchirchir Rotich met eindtijd 02:07:32.
Eerste belg bij de mannen is Kristof Nackaerts van AC Lyra met de tijd 02:24:53.
Bij de vrouwen is Nina Lauwaert op het hoogste treden met 02:30:22.
Het is een ideaal parcours voor snelle tijden, enthousiaste supporters maar vooral een goede organisatie.

medaille.jpg
Niet te vergeten, zonder de Brokkenlopers zou het niet gelukt zijn! Hun goede raad en steun is een houvast en Davy, bedankt voor de zware, maar leuke trainingen aan de vaart. In het bijzonder Jeroen, een rots in de branding!